1000
Type of resources
Metadata standard
Topics
INSPIRE themes
Keywords
Contact for the resource
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Scale
-
De VCP geeft inzicht in wat, waar en wanneer Nederlanders eten en drinken en vergelijkt dit met de Richtlijnen goede voeding en voedingsnormen van de Gezondheidsraad. Het RIVM bracht dit in kaart op basis van het voedingspatroon van ongeveer 3.500 kinderen en volwassenen in de periode 2019-2021.
-
Wat ziet u? Deze kaart laat de realistische potentie voor bodem C vastlegging zien voor een combinatie van alle doorgerekende maatregelen (niet-kerende grondbewerking, geen grondbewerking, vanggewas/groenbemester, verbeteren gewasrotaties, achterlaten gewasresten, akkerrandenbeheer en niet scheuren grasland). Voor deze variant is een inschatting gemaakt welke maatregelen gecombineerd kunnen worden en tot welk niveau deze maatregelen geimplementeerd kunnen worden. De kaart laat zien dat de grootste realistische potenties liggen in Noord-oost Nederland, Flevoland, Zeeland en Noord-Brabant. Wat is de waarde? Deze kaart geeft samen met de kaarten voor de andere maatregelen inzicht waar in Nederland een bepaalde maatregel effectief zou zijn voor C vastlegging in landbouwbodems. Voor wie is dit belangrijk? Deze kaart is van belang voor beleidsmakers en onderzoekers die zich bezig houden met klimaatmitigatie (koolstofvastlegging), maar ook voor de landbouwsector waar bodem organische stof een belangrijke indicator is voor de kwaliteit van de bodem.
-
Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking ernstig gehinderd is door geur van landbouw of veeteelt.
-
Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking ernstig gehinderd is door geur van riolering of waterzuivering.
-
Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van passerende treinen.
-
Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van wegverkeer op wegen waar harder gereden mag worden dan 50 kilometer per uur.
-
Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van bedrijven en industrie.
-
Alle GGD’en in Nederland verzamelen elke vier jaar gegevens over de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van jongeren via de Gezondheidsmonitor Jeugd. Dit grootschalige digitale vragenlijstonderzoek vindt plaats onder scholieren in klas 2 en 4 van het regulier voortgezet onderwijs. Alle GGD’en voeren het onderzoek in hetzelfde jaar op uniforme wijze uit. GGD’en gebruiken hiervoor dezelfde digitale (basis)vragenlijst. Hierdoor is het mogelijk om de resultaten op landelijk, regionaal en lokaal niveau te vergelijken. In de basisvragenlijst zijn o.a. vragen opgenomen met betrekking tot mentale en fysieke gezondheid, veerkracht, vertrouwen in de toekomst, geluk, stress en weerbaarheid, (cyber)pesten, sexting, roken, drinken en cannabisgebruik, bewegen en sociale media en gamen. De resultaten van het onderzoek helpen bij de ontwikkeling van beleid om de gezondheid van middelbare scholieren te verbeteren. Sinds 2015 is de Gezondheidsmonitor Jeugd vier keer landelijk geharmoniseerd uitgevoerd. Het beheer van de landelijke databestanden ligt bij het RIVM. Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 (N=188.421): In alle GGD-regio’s werden alle scholen uitgenodigd om mee te doen. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het bestand gegevens van 188.421 jongeren. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op landelijk, regionaal en gemeenteniveau. Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 (N=166.786): In 2021 is een extra meting uitgevoerd in het kader van het Gezondheidsonderzoek COVID-19 van het Netwerk GOR. Het netwerk GOR bestaat uit GGD’en, GGD GHOR Nederland, RIVM, het NIVEL en ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. In alle GGD-regio’s werden alle scholen uitgenodigd om mee te doen. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het bestand gegevens van 166.786 jongeren. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op landelijk, regionaal en gemeenteniveau. Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 (N=171.192): De omvang van de steekproeven verschilde per GGD-regio. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het landelijk databestand gegevens van 171.192 jongeren. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op regionaal (GGD-regio) en landelijk niveau. In 19 GGD-regio’s werden alle scholen uitgenodigd om mee te doen met het vragenlijstonderzoek, zodat in die regio’s ook prevalentiecijfers voor gemeenten beschikbaar zijn. Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 (N=96.919): De omvang van de steekproeven verschilde per GGD-regio. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het landelijk databestand gegevens van 96.919 jongeren. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op landelijk niveau. Daarnaast zijn in 14 regio’s ook prevalentiecijfers op regionaal niveau (GGD-regio) beschikbaar. In 9 van die 14 GGD-regio’s werden alle scholen uitgenodigd om mee te doen met het vragenlijstonderzoek, zodat in die regio’s ook prevalentiecijfers voor gemeenten beschikbaar zijn. Voor meer informatie over de monitors en een overzicht van de resultaten zie monitorgezondheid.nl/gezondheidsmonitor-jeugd. Via monitorgezondheid.nl/data-aanvraag kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau. De licentie betreft de meta data en niet de dataset.
-
In deze kaart zijn de meetlocaties te zien die door het RIVM bemonsterd zijn ten behoeve van het onderzoek naar de afleiding van de definitieve achtergrondwaarde PFAS in landbodem. De kaart laat meetwaarden zien van PFOA in de bovenste 20 cm van de bodem in potentieel beïnvloede gebieden. Omdat de afleiding van de definitieve achtergrondwaarden is gebaseerd op de toplaag van de onbeïnvloede landbodem, zijn deze meetwaarden niet meegenomen in de afleiding van de definitieve achtergrondwaarde.
-
In het Werken aan Vitaliteit onderzoek werd een integrale aanpak voor gezondheidsbevordering op het werk (gebaseerd op het Lombardy Workplace Health Promotion Network, beoordeeld als Europese Good Practice), aangepast naar de Nederlandse werkcontext en geevalueerd. Het onderzoek is op te delen in 3 onderdelen, 1) de ontwikkeling van de integrale aanpak, 2) de evaluatie van de integrale aanpak en 3) zitten en vitaliteit. Voor onderdeel 1 is kwalitatieve data verzameld om inzicht te krijgen in succes- en faalfactoren voor deelname aan en implementatie van gezondheidsbevorderende activiteiten op het werk. Daartoe zijn peer-to-peer interviews afgenomen onder medewerkers en focusgroepen met werkgevers (HR-professionals, leidinggevenden, preventiemedewerkers). Voor onderdeel 2 is zowel kwalitatieve als kwantitatieve data verzameld. Deelnemers aan de cluster randomized controlled trial hebben 3 maal een online vragenlijst ingevuld (nulmeting, 6 maanden en 12 maanden follow-up). Dit waren vragen over algemene leefstijl, beweging, voeding, mentale balans, roken, gezondheid en welzijn. Ook vragen over ervaringen met en meningen over de integrale aanpak werden beantwoord. Daarnaast zijn interviews afgenomen met medewerkers, HR-professionals en leidinggevenden om inzicht te krijgen in het implementatieproces van de integrale aanpak. Voor onderdeel 3 hebben deelnemers tweemaal een accelerometer gedragen om inzicht te krijgen in beweeggedrag, inclusief zitten (tijdens werk).