From 1 - 10 / 103
  • Categories  

    De VCP geeft inzicht in wat, waar en wanneer Nederlanders eten en drinken en vergelijkt dit met de Richtlijnen goede voeding en voedingsnormen van de Gezondheidsraad. Het RIVM bracht dit in kaart op basis van het voedingspatroon van ongeveer 3.500 kinderen en volwassenen in de periode 2019-2021.

  • Categories  

    Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van zijn of haar buren.

  • Categories  

    Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking ernstig gehinderd is door geluid van windturbines.

  • Categories    

    Volgens de LCP-voorschriften in de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) hoeven emissies alleen gerapporteerd te worden voor installaties met een thermisch vermogen van 50 MWth of meer. Voor installaties met een lager vermogen (< 50 MWth) geldt geen verplichting tot rapportage per installatie, ook niet wanneer de drempelwaarde wordt overschreden. Wel moet op inrichtingsniveau worden gerapporteerd als de PRTR-drempelwaarde wordt overschreden. Daarnaast blijft de verplichting bestaan om voor grote stookinstallaties de emissies van NOx, SO₂ en totaal stof per installatiegroep te rapporteren, indien de totale jaarvracht op inrichtingsniveau boven de drempelwaarde uitkomt.

  • Categories    

    Emissies naar lucht en water vanuit de industrie worden via het e-MJV (elektronisch Milieujaarverslag) geregistreerd wanneer bedrijven verplicht zijn gegevens te rapporteren op grond van nationale en internationale milieuwetgeving, zoals het PRTR-protocol en de E-PRTR-verordening. Emissies naar lucht: Industriële bedrijven moeten emissies naar de lucht rapporteren wanneer zij stoffen uitstoten zoals stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO₂), fijnstof (PM), vluchtige organische stoffen (VOS), broeikasgassen (zoals CO₂ en methaan), en zware metalen. De rapportage is verplicht als de emissievracht van een bepaalde stof op jaarbasis de gestelde drempelwaarde overschrijdt. Emissies naar water: Bedrijven moeten ook rapporteren over stoffen die zij direct lozen op oppervlaktewater of indirect via het riool (met vermelding van de behandeling). Het gaat onder andere om stikstof- en fosfaatverbindingen, zware metalen, en andere milieubelastende stoffen. Net als voor luchtemissies gelden hier drempelwaarden, afhankelijk van de emissiestof en het type lozing. De rapportage in het e-MJV is verplicht voor bedrijven die onder de reikwijdte van bijlage I van de E-PRTR-verordening vallen.

  • Categories  

    Wat ziet u? Deze kaart laat de realistische potentie voor bodem C vastlegging zien voor een combinatie van alle doorgerekende maatregelen (niet-kerende grondbewerking, geen grondbewerking, vanggewas/groenbemester, verbeteren gewasrotaties, achterlaten gewasresten, akkerrandenbeheer en niet scheuren grasland). Voor deze variant is een inschatting gemaakt welke maatregelen gecombineerd kunnen worden en tot welk niveau deze maatregelen geimplementeerd kunnen worden. De kaart laat zien dat de grootste realistische potenties liggen in Noord-oost Nederland, Flevoland, Zeeland en Noord-Brabant. Wat is de waarde? Deze kaart geeft samen met de kaarten voor de andere maatregelen inzicht waar in Nederland een bepaalde maatregel effectief zou zijn voor C vastlegging in landbouwbodems. Voor wie is dit belangrijk? Deze kaart is van belang voor beleidsmakers en onderzoekers die zich bezig houden met klimaatmitigatie (koolstofvastlegging), maar ook voor de landbouwsector waar bodem organische stof een belangrijke indicator is voor de kwaliteit van de bodem.

  • Categories  

    Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van passerende treinen.

  • Categories  

    Ruwe ongevalideerde glijdende 24-uurswaarden fijnere fractie van fijn stof (PM2.5) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwalteit (LML). Stof is een verzamelnaam voor alle deeltjes, die in de lucht zweven. Als de diameter van de deeltjes kleiner is dan 2,5 micrometer dan wordt er gesproken van de fijnere fractie van fijn stof. Fijn stof heeft vele bronnen en worden ook gevormd door chemische reacties in de lucht. Fijn stof heeft effect op de menselijke gezondheid.

  • Categories  

    Dit document betreft een overzicht van de beantwoording van de vragen uit de inventarisatie "Aanbod SEH's en Acute Verloskunde 2025". Deze vragenlijst is uitgezet aan alle ziekenhuizen die acute zorg verlenen, ten behoeve van de jaarlijkse Bereikbaarheidsanalyse. De vragen in de vragenlijst zijn gebaseerd op de normen uit het Kwaliteitskader spoedzorgketen (Zorginstituut, 2020). In deze dataset wordt per vraag weergegeven bij welke norm uit het kwaliteitskader deze vraag hoort. Daarnaast worden alle gegeven antwoorden op ziekenhuisniveau gepresenteerd.

  • Categories  

    In het Werken aan Vitaliteit onderzoek werd een integrale aanpak voor gezondheidsbevordering op het werk (gebaseerd op het Lombardy Workplace Health Promotion Network, beoordeeld als Europese Good Practice), aangepast naar de Nederlandse werkcontext en geevalueerd. Het onderzoek is op te delen in 3 onderdelen, 1) de ontwikkeling van de integrale aanpak, 2) de evaluatie van de integrale aanpak en 3) zitten en vitaliteit. Voor onderdeel 1 is kwalitatieve data verzameld om inzicht te krijgen in succes- en faalfactoren voor deelname aan en implementatie van gezondheidsbevorderende activiteiten op het werk. Daartoe zijn peer-to-peer interviews afgenomen onder medewerkers en focusgroepen met werkgevers (HR-professionals, leidinggevenden, preventiemedewerkers). Voor onderdeel 2 is zowel kwalitatieve als kwantitatieve data verzameld. Deelnemers aan de cluster randomized controlled trial hebben 3 maal een online vragenlijst ingevuld (nulmeting, 6 maanden en 12 maanden follow-up). Dit waren vragen over algemene leefstijl, beweging, voeding, mentale balans, roken, gezondheid en welzijn. Ook vragen over ervaringen met en meningen over de integrale aanpak werden beantwoord. Daarnaast zijn interviews afgenomen met medewerkers, HR-professionals en leidinggevenden om inzicht te krijgen in het implementatieproces van de integrale aanpak. Voor onderdeel 3 hebben deelnemers tweemaal een accelerometer gedragen om inzicht te krijgen in beweeggedrag, inclusief zitten (tijdens werk).