1000
Type of resources
Metadata standard
Topics
INSPIRE themes
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Scale
-
In deze kaartlaag zijn denkbare locaties voor zonnepanelen in veldopstelling aangegeven. Het gaat hier om kleine terreinen (tussen 0,5 en 1,0 hectare), middelgrote terreinen (tussen 1,0 en 3,0 hectare) en grote terreinen (3,0 hectare en groter). Te zien zijn gras- en akkerlanden buiten de bebouwing, exclusief gebieden die tot Natura2000 behoren. Voor iedere locatie is aangegeven wat het plaatsbare schaduwvrije zon-PV-vermogen is, uitgaande van schaduwvrije velden en 0,65 MWp vermogen per hectare grond. Tevens is de verwachte jaarlijkse kWh-opbrengst aangeduid (900 kWh/kWp), evenals het aantal huishoudens dat van groene stroom kan worden voorzien met deze opbrengst (3.300 kWh/huishouden). De selectie van locaties is expliciet niet gemaakt op basis van politieke voorkeuren of richtlijnen van gemeenten dan wel provincies, bijvoorbeeld met betrekking tot de (on)wenselijkheid van zonnevelden op landbouwgronden. Toekomstige uitbreiding (1) Gewerkt wordt aan een weergave van de kaartlaag met daarin relevante netdata verwerkt. Concreet gaat dit dan om de afstanden van denkbare locaties tot aan het middenspanningsnet of het dichtstbijzijnde onder-, regel- of schakelstation. Toekomstige uitbreiding (2) Tevens wordt gewerkt aan weergave van de kaartlaag met daarin zoninstralingsdata op de denkbare locaties voor zonnepanelen in veldopstelling. Hiermee wordt het schaduweffect van objecten op en rond het terrein inzichtelijk gemaakt.
-
Wat ziet u? Deze kaart geeft aan in welke mate er tijdens het groeiseizoen vocht in de bodem via de plantenwortels beschikbaar is voor de plant. De vochtleverantie bepaalt in belangrijke mate de groei en de daaraan gerelateerde gewasopbrengst. Bij een hoog vochtleverend vermogen is in perioden met een neerslagtekort de kans op groeistagnatie gering en bij een gering vochtleverend vermogen is de kans op groeivertraging en daardoor een lagere opbrengst juist groot. Wat is de waarde? De kaart geeft gebieden aan waar tijdens het groeiseizoen vochttekorten kunnen optreden. Voor wie is dit belangrijk? Deze kaart geeft belangrijke informatie voor rijksoverheden (EZ, E&M), provincie, gemeenten en beheersorganisaties van erosiegevoelige gebieden.
-
Het RIVM beheert het Trendmeetnet Geluid. Met dit meetnet valideert het RIVM elk jaar de berekende geluidproductie van rijkswegen en hoofdspoorwegen. De Geluidmonitor geeft de resultaten van deze validatie. De Geluidmonitor bestaat uit jaargemiddelden voor rijkswegen, jaargemiddelden voor hoofdspoorwegen, en de resultaten voor de individuele meetlocaties. De gegevens zijn ook in te zien via de applicatie Geluidmonitor. De jaargemiddelden datasets met de naamgeving hoofdspoor.csv en rijkswegen.csv bestaan uit de attritburen: jaar (Integer): Jaartal gemVerschil (Double): Gemiddelde verschil tussen meten en rekenen voor bronsoort rijkswegen of hoofdspoorwegen; in dB; nauwkeurigheid 1 decimaal n_locaties (Integer): Aantal locaties dat meegenomen is voor de bepaling van het gemiddelde verschil sigma (Double): 95% betrouwbaarheidsinterval voor de waarde van het attibuut gemVerschil; in dB; nauwkeurigheid 1 decimaal De resultaten voor de individuele meetlocaties worden beschikbaar gesteld door middel van de bestanden Locaties.csv en DataMeetlocaties.csv. Het bestand Locaties.csv bestaat uit de attributen: meetlocatieID (String): uniek ID voor de meetlocatie naam (String): Locatienaam bronsoortID (String): ID voor bronsoort (Rijkswegen=r; Hoofdspoor=s) refID (String): lokaalID referentiepunt volgens Informatiemodel Geluid (IMG) xref (Double): x-coordinaat referentiepunt in RD; nauwkeurigheid 0 decimalen yref (Double): y-coordinaat referentiepunt in RD; nauwkeurigheid 0 decimalen Het bestand DataMeetlocaties.csv bestaat uit de attributen: meetlocatieID (String): uniek ID voor de meetlocatie jaar (Integer): Jaartal meten (Double): Gemeten geluidproductie ter hoogte van het referentiepunt; in dB; nmmauwkeurigheid 1 decimaal rekenen (Double): Door bronbeheerder berekende geluidproductie op het referentiepunt; in dB; nauwkeurigheid 1 decimaal verschil (Double): Verschil tussen gemeten en berekende geluidproductie ter hoogte van het referentiepunt; in dB; nauwkeurigheid 0 decimalen ndag (Integer): Aantal valide meetdagen overdracht (Double): Overdrachtscorrectie; in dB; nauwkeurigheid 1 decimaal sigma_meten (Double): 95% betrouwbaarheidsinterval voor de waarde van het attribuut meten; in dB; nauwkeurigheid 1 decimaal
-
Het bouwjaar van panden uit de BAG is hier in beeld gebracht.
-
Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van passerende treinen.
-
In het Werken aan Mantelzorg onderzoek is een ondersteuningsaanpak ontwikkeld en geëvalueerd om werkende mantelzorgers te helpen in het vinden van een gezonde balans tussen werk, mantelzorg en privéleven. Het onderzoek bestond uit drie delen: 1) een toekomstverkenning, 2) een behoeftenonderzoek naar de voorkeuren voor ondersteuning van werkende mantelzorgers en (oudere) zorgbehoevenden, en 3) de ontwikkeling en evaluatie van een ondersteuningsaanpak voor werkende mantelzorgers vanuit de werkplek: de Participatieve Aanpak. Voor onderdeel 1 zijn trends, ontwikkelingen en beïnvloedende factoren rondom werkende mantelzorgers in kaart gebracht door een groep experts te raadplegen vanuit de wetenschap, beleid, en maatschappelijke organisaties. Kwalitatieve data is verzameld met behulp van een Group Model Building oefening en een schriftelijke Delphistudie (vragenlijst). Voor onderdeel 2 zijn de ondersteuningsbehoeften van werkende mantelzorgers en oudere zorgontvangers kwalitatief uitgevraagd, door het uitvoeren van interviews en een vragenlijst (vignetonderzoek). Voor onderdeel 3 is zowel kwalitatieve als kwantitatieve data verzameld. Deelnemers aan de randomized controlled trial hebben driemaal een vragenlijst ingevuld over hun werk-privé-mantelzorgbalans en ervaren ondersteuning. Voor de procesevaluatie zijn interviews en vragenlijsten afgenomen bij werkende mantelzorgers, leidinggevenden, en procesbegeleiders van de Participatieve Aanpak om inzicht te krijgen in de mate van implementatie, en de praktijkervaringen van deelnemers. Ten slotte zijn voor de procesevaluatie ook checklists ingevuld door procesbegeleiders, en veldnotities gemaakt door de onderzoeker.
-
Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van vliegtuigen.
-
Wat is er te zien: Dieldringehalte (Relatief t.o.v. mediaan) voor bovengrond (0-10cm) voor 5 landgebruik-grondsoort combinaties in Nederland. Toelichting: Het middel is voornamelijk gebruikt in de akkerbouw. Hoewel dit gewasbeschermingsmiddel sinds 1984 uit de handel is, worden nog steeds concentraties aangetroffen; het middel is persistent, dat wil zeggen dat het slecht afbreekbaar is. Er bestaat een achtergrondwaarde in de vorm van een som-norm (samen met aldrin en endrin), deze bedraagt 15 μg/kg. Wat is de Waarde: waarschuwend effect. De lezer ziet hoe lang deze bestrijdingsmiddelen in het milieu blijven. Ook als er beleid is om de verkoop te verbieden, ben je er nog niet vanaf, omdat de resten van voorgaande jaren nog in het milieu zitten. Belangrijk voor: Ecologische kapitaal en ecosysteemdiensten. Diffuse bodemverontreiniging heeft effecten op de mogelijkheden voor het benutten van ecosysteemdiensten.
-
In aanvulling op de huidige provinciale strategische reserves is in beeld gebracht waar in Nederland kansrijke gebieden liggen met potentieel geschikte grondwatervoorraden voor de productie van drinkwater. Bij de totstandkoming van de gebieden is stapsgewijs een aantal selectiecriteria doorlopen. - winbaar grondwater aanwezig - zoet/brak grondwater aanwezig - geen anthropogene verontreinigingen - niet in bebouwd gebied - geen invloed op andere winningen of WKO
-
Ruwe ongevalideerde glijdende 24-uurswaarden fijn stof (PM10) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Stof is een verzamelnaam voor alle deeltjes, die in de lucht zweven. Als de diameter van de deeltjes kleiner is dan 10 micrometer dan wordt er gesproken van fijn stof. Fijn stof heeft vele bronnen en worden ook gevormd door chemische reacties in de lucht. De wettelijke norm is een jaargemiddelde van 40 microgram per kubieke meter. Daarnaast mag het daggemiddelde jaarlijks maximaal 35 keer hoger zijn dan 50 microgram per kubieke meter. Fijn stof heeft effect op de menselijke gezondheid. Ook onder de wettelijke normen.