1000
Type of resources
Metadata standard
Topics
Keywords
Contact for the resource
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Scale
-
De VCP geeft inzicht in wat, waar en wanneer Nederlanders eten en drinken en vergelijkt dit met de Richtlijnen goede voeding en voedingsnormen van de Gezondheidsraad. Het RIVM bracht dit in kaart op basis van het voedingspatroon van ongeveer 3.500 kinderen en volwassenen in de periode 2019-2021.
-
Alle GGD’en in Nederland verzamelen elke vier jaar gegevens over de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van jongeren via de Gezondheidsmonitor Jeugd. Dit grootschalige digitale vragenlijstonderzoek vindt plaats onder scholieren in klas 2 en 4 van het regulier voortgezet onderwijs. Alle GGD’en voeren het onderzoek in hetzelfde jaar op uniforme wijze uit. GGD’en gebruiken hiervoor dezelfde digitale (basis)vragenlijst. Hierdoor is het mogelijk om de resultaten op landelijk, regionaal en lokaal niveau te vergelijken. In de basisvragenlijst zijn o.a. vragen opgenomen met betrekking tot mentale en fysieke gezondheid, veerkracht, vertrouwen in de toekomst, geluk, stress en weerbaarheid, (cyber)pesten, sexting, roken, drinken en cannabisgebruik, bewegen en sociale media en gamen. De resultaten van het onderzoek helpen bij de ontwikkeling van beleid om de gezondheid van middelbare scholieren te verbeteren. Sinds 2015 is de Gezondheidsmonitor Jeugd vier keer landelijk geharmoniseerd uitgevoerd. Het beheer van de landelijke databestanden ligt bij het RIVM. Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 (N=188.421): In alle GGD-regio’s werden alle scholen uitgenodigd om mee te doen. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het bestand gegevens van 188.421 jongeren. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op landelijk, regionaal en gemeenteniveau. Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 (N=166.786): In 2021 is een extra meting uitgevoerd in het kader van het Gezondheidsonderzoek COVID-19 van het Netwerk GOR. Het netwerk GOR bestaat uit GGD’en, GGD GHOR Nederland, RIVM, het NIVEL en ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. In alle GGD-regio’s werden alle scholen uitgenodigd om mee te doen. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het bestand gegevens van 166.786 jongeren. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op landelijk, regionaal en gemeenteniveau. Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 (N=171.192): De omvang van de steekproeven verschilde per GGD-regio. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het landelijk databestand gegevens van 171.192 jongeren. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op regionaal (GGD-regio) en landelijk niveau. In 19 GGD-regio’s werden alle scholen uitgenodigd om mee te doen met het vragenlijstonderzoek, zodat in die regio’s ook prevalentiecijfers voor gemeenten beschikbaar zijn. Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 (N=96.919): De omvang van de steekproeven verschilde per GGD-regio. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het landelijk databestand gegevens van 96.919 jongeren. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op landelijk niveau. Daarnaast zijn in 14 regio’s ook prevalentiecijfers op regionaal niveau (GGD-regio) beschikbaar. In 9 van die 14 GGD-regio’s werden alle scholen uitgenodigd om mee te doen met het vragenlijstonderzoek, zodat in die regio’s ook prevalentiecijfers voor gemeenten beschikbaar zijn. Voor meer informatie over de monitors en een overzicht van de resultaten zie monitorgezondheid.nl/gezondheidsmonitor-jeugd. Via monitorgezondheid.nl/data-aanvraag kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau. De licentie betreft de meta data en niet de dataset.
-
Wat ziet u? Deze kaart laat de realistische potentie voor bodem C vastlegging zien voor een combinatie van alle doorgerekende maatregelen (niet-kerende grondbewerking, geen grondbewerking, vanggewas/groenbemester, verbeteren gewasrotaties, achterlaten gewasresten, akkerrandenbeheer en niet scheuren grasland). Voor deze variant is een inschatting gemaakt welke maatregelen gecombineerd kunnen worden en tot welk niveau deze maatregelen geimplementeerd kunnen worden. De kaart laat zien dat de grootste realistische potenties liggen in Noord-oost Nederland, Flevoland, Zeeland en Noord-Brabant. Wat is de waarde? Deze kaart geeft samen met de kaarten voor de andere maatregelen inzicht waar in Nederland een bepaalde maatregel effectief zou zijn voor C vastlegging in landbouwbodems. Voor wie is dit belangrijk? Deze kaart is van belang voor beleidsmakers en onderzoekers die zich bezig houden met klimaatmitigatie (koolstofvastlegging), maar ook voor de landbouwsector waar bodem organische stof een belangrijke indicator is voor de kwaliteit van de bodem.
-
Wat is er te zien: Dieldringehalte (Relatief t.o.v. mediaan) voor bovengrond (0-10cm) voor 5 landgebruik-grondsoort combinaties in Nederland. Toelichting: Het middel is voornamelijk gebruikt in de akkerbouw. Hoewel dit gewasbeschermingsmiddel sinds 1984 uit de handel is, worden nog steeds concentraties aangetroffen; het middel is persistent, dat wil zeggen dat het slecht afbreekbaar is. Er bestaat een achtergrondwaarde in de vorm van een som-norm (samen met aldrin en endrin), deze bedraagt 15 μg/kg. Wat is de Waarde: waarschuwend effect. De lezer ziet hoe lang deze bestrijdingsmiddelen in het milieu blijven. Ook als er beleid is om de verkoop te verbieden, ben je er nog niet vanaf, omdat de resten van voorgaande jaren nog in het milieu zitten. Belangrijk voor: Ecologische kapitaal en ecosysteemdiensten. Diffuse bodemverontreiniging heeft effecten op de mogelijkheden voor het benutten van ecosysteemdiensten.
-
Op de kaart ziet u het aantal kinderen (2-6 jaar) per km2 dat in oudere woningen woont en daardoor mogelijk aan meer lood staat blootgesteld. Vóór 1945 zijn in woningen vooral loden drinkwaterleidingen aangelegd. Ongeveer vanaf 1960 is hiermee gestopt. De drinkwaterbedrijven hebben de waterleidingen buitenshuis in de periode 1995-2002 merendeels vervangen. Voor leidingen binnenshuis zijn huiseigenaren zelf verantwoordelijk. In oudere panden bestaat daarom de kans dat er nog loden leidingen aanwezig zijn.
-
In het Werken aan Mantelzorg onderzoek is een ondersteuningsaanpak ontwikkeld en geëvalueerd om werkende mantelzorgers te helpen in het vinden van een gezonde balans tussen werk, mantelzorg en privéleven. Het onderzoek bestond uit drie delen: 1) een toekomstverkenning, 2) een behoeftenonderzoek naar de voorkeuren voor ondersteuning van werkende mantelzorgers en (oudere) zorgbehoevenden, en 3) de ontwikkeling en evaluatie van een ondersteuningsaanpak voor werkende mantelzorgers vanuit de werkplek: de Participatieve Aanpak. Voor onderdeel 1 zijn trends, ontwikkelingen en beïnvloedende factoren rondom werkende mantelzorgers in kaart gebracht door een groep experts te raadplegen vanuit de wetenschap, beleid, en maatschappelijke organisaties. Kwalitatieve data is verzameld met behulp van een Group Model Building oefening en een schriftelijke Delphistudie (vragenlijst). Voor onderdeel 2 zijn de ondersteuningsbehoeften van werkende mantelzorgers en oudere zorgontvangers kwalitatief uitgevraagd, door het uitvoeren van interviews en een vragenlijst (vignetonderzoek). Voor onderdeel 3 is zowel kwalitatieve als kwantitatieve data verzameld. Deelnemers aan de randomized controlled trial hebben driemaal een vragenlijst ingevuld over hun werk-privé-mantelzorgbalans en ervaren ondersteuning. Voor de procesevaluatie zijn interviews en vragenlijsten afgenomen bij werkende mantelzorgers, leidinggevenden, en procesbegeleiders van de Participatieve Aanpak om inzicht te krijgen in de mate van implementatie, en de praktijkervaringen van deelnemers. Ten slotte zijn voor de procesevaluatie ook checklists ingevuld door procesbegeleiders, en veldnotities gemaakt door de onderzoeker.
-
In deze kaart zijn de meetlocaties te zien die door het RIVM bemonsterd zijn ten behoeve van het onderzoek naar de afleiding van de definitieve achtergrondwaarde PFAS in landbodem. De kaart laat meetwaarden zien van PFOS in de bovenste 20 cm van de bodem in potentieel beïnvloede gebieden. Omdat de afleiding van de definitieve achtergrondwaarden is gebaseerd op de toplaag van de onbeïnvloede landbodem, zijn deze meetwaarden niet meegenomen in de afleiding van de definitieve achtergrondwaarde.
-
Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van wegverkeer op wegen waar niet harder gereden mag worden dan 50 kilometer per uur.
-
Wat ziet u? Deze kaart geeft aan in welke mate er tijdens het groeiseizoen vocht in de bodem via de plantenwortels beschikbaar is voor de plant. De vochtleverantie bepaalt in belangrijke mate de groei en de daaraan gerelateerde gewasopbrengst. Bij een hoog vochtleverend vermogen is in perioden met een neerslagtekort de kans op groeistagnatie gering en bij een gering vochtleverend vermogen is de kans op groeivertraging en daardoor een lagere opbrengst juist groot. Wat is de waarde? De kaart geeft gebieden aan waar tijdens het groeiseizoen vochttekorten kunnen optreden. Voor wie is dit belangrijk? Deze kaart geeft belangrijke informatie voor rijksoverheden (EZ, E&M), provincie, gemeenten en beheersorganisaties van erosiegevoelige gebieden.
-
Op deze kaart ziet u de locatie en de ashoogte van alle windturbines in Nederland. De positie van de turbines op zee is minder nauwkeurig in beeld gebracht dan op land. Gebruik voor de exacte locatie van de turbines op zee de gegevens van Rijkswaterstaat.
RIVMdata