vector
Type of resources
Metadata standard
Topics
INSPIRE themes
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Scale
-
Locaties van alle ziekenhuizen in Nederland (algemene en academische ziekenhuizen inclusief de buitenpoliklinieken). Het betreft de situatie van september 2013. Het bestand bestaat uit een locatienaam, organisatienaam en adresgegevens.
-
Deze dataset bevat de emissies en afvalstromen vanuit de belangrijkste industriële faciliteiten in Nederland zoals deze met het elektronisch Milieujaarverslag worden verzameld in het kader van de Europese E-PRTR verplichting door RIVM aan de Europese Unie worden gerapporteerd. Het bevoegd gezag (provincie, gemeente, waterschap, omgevingsdienst etc.) van het bedrijf heeft vooraf de emissies en afvalstromen gevalideerd. Deze dataset betreft emissies naar de lucht en naar het oppervlaktewater. In beide gevallen gaat het om jaarvrachten.
-
Ruwe ongevalideerde uurwaarden stikstofdioxide (NO2) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwalteit (LML). Stikstofdioxide is een bruin gas. Blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) hangt samen met een verminderde longfunctie, een toename van luchtwegklachten en astma-aanvallen en een verhoogde gevoeligheid voor infecties. De concentratie van stikstofdioxide (NO2) in Nederland neemt toe vanuit het noorden naar het zuiden. Verkeer is een belangrijke bron van stikstofdioxide. Langs drukke verkeerswegen in vooral de Randstad en het zuiden van Nederland wordt de wettelijke norm (40 microgram/m3 gemiddeld over een jaar) overschreden. Daarnaast ontstaat NO2 uit een reactie tussen stikstofmonoxide en ozon. Het weer en de verkeersdrukte hebben grote invloed op de concentratie.
-
Conform de Europese richtlijn 2008/50/EG is Nederland verdeeld in diverse zones en agglomeraties. Dit zijn gebieden waarbinnen de luchtkwaliteit grofweg van dezelfde kwaliteit is. Zo is Nederland verdeeld in drie zones en zes agglomeraties (Mooibroek et al., 2014). Voor elke zone en agglomeratie, waar metingen de enige bron van informatie zijn, moet de minimale meetinspanning vastgesteld worden. Deze meetinspanning is afhankelijk van de heersende concentraties en het inwoneraantal van de zone/agglomeratie.
-
Deze dataset bevat de emissies en afvalstromen vanuit de belangrijkste industriële faciliteiten in Nederland zoals deze met het elektronisch Milieujaarverslag worden verzameld in het kader van de Europese E-PRTR verplichting door RIVM aan de Europese Unie worden gerapporteerd. Het bevoegd gezag (provincie, gemeente, waterschap, omgevingsdienst etc.) van het bedrijf heeft vooraf de emissies en afvalstromen gevalideerd. Deze dataset betreft de hoeveelheid gevaarlijk en niet gevaarlijk afval, hierbij gaat het om jaarvrachten.
-
Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van wegverkeer op wegen waar harder gereden mag worden dan 50 kilometer per uur.
-
Bevat de emissies van stoffen naar de lucht en het brandstofverbruik van de grote vuurhaarden in Nederland (Large Combustion Plants) over het rapportagejaar 2016.
-
Deze dataset bevat de jaargemiddelde cijfers van het Nationaal Meetnet Radioactiviteit van het RIVM zoals in het kader van het EURATOM verdrag verzameld. De data is op diverse meetlocaties verspreid over Nederland gemeten.
-
Ruwe ongevalideerde glijdende 24-uurswaarden fijn stof (PM10) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Stof is een verzamelnaam voor alle deeltjes, die in de lucht zweven. Als de diameter van de deeltjes kleiner is dan 10 micrometer dan wordt er gesproken van fijn stof. Fijn stof heeft vele bronnen en worden ook gevormd door chemische reacties in de lucht. De wettelijke norm is een jaargemiddelde van 40 microgram per kubieke meter. Daarnaast mag het daggemiddelde jaarlijks maximaal 35 keer hoger zijn dan 50 microgram per kubieke meter. Fijn stof heeft effect op de menselijke gezondheid. Ook onder de wettelijke normen.
-
Volgens de LCP-voorschriften in de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) hoeven emissies alleen gerapporteerd te worden voor installaties met een thermisch vermogen van 50 MWth of meer. Voor installaties met een lager vermogen (< 50 MWth) geldt geen verplichting tot rapportage per installatie, ook niet wanneer de drempelwaarde wordt overschreden. Wel moet op inrichtingsniveau worden gerapporteerd als de PRTR-drempelwaarde wordt overschreden. Daarnaast blijft de verplichting bestaan om voor grote stookinstallaties de emissies van NOx, SO₂ en totaal stof per installatiegroep te rapporteren, indien de totale jaarvracht op inrichtingsniveau boven de drempelwaarde uitkomt.