vector
Type of resources
Metadata standard
Topics
INSPIRE themes
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Scale
-
Emissies naar het riool vanuit de industrie worden via het e-MJV (elektronisch Milieujaarverslag) gerapporteerd wanneer bedrijven bepaalde drempelwaarden overschrijden, zoals vastgelegd in het EPRTR-protocol (European Pollutant Release and Transfer Register). Bij lozingen op het riool gaat het om stoffen die via industriële processen in het bedrijfsafvalwater terechtkomen en via het gemeentelijk riool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) worden afgevoerd. Bedrijven moeten deze emissies rapporteren als ze onder de reikwijdte van de E-PRTR-verordening vallen én als de emissies van bepaalde stoffen boven de rapportagedrempels uitkomen.
-
Elke vier jaar rapporteert Nederland aan de Europese Unie over de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater in ons land. Dit heet de Nitraatrapportage en is een verplichting vanuit de Europese Nitraatrichtlijn. Het rapport beschrijft ontwikkelingen in het mestbeleid, veranderingen in de landbouwpraktijk en het effect daarvan op de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater. De Nitraatrapportage 2024 verscheen op 28 november 2024. Alle EU-lidstaten leveren ook hun data over de waterkwaliteit aan de Europese Commissie. Het RIVM doet dit namens Nederland. Voor de Nitraatrapportage zijn gegevens uit verschillende bronnen gebruikt. Het betreft data van de landbouwpraktijk, data van meetnetten voor de waterkwaliteit en data van de Emissieregistratie. Op de website van de Nitraatrapportage (zie link) wordt onder het uitklapscherm ‘Gegevens uit verschillende bronnen’ beschreven welke informatie is opgenomen in de Nitraatrapportage. Voor de Nitraatrapportage 2028 streven we ernaar om de metadata van alle brondata te ontsluiten. Voor de HVD verplichting is op 9 februari 2025 een gedeelte van de brondata van de Nitraatrapportage ontsloten via metadata records. Dit betreft op dit moment uitsluitend de data van het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG). De brondata van het LMG staat op het opendata platform Zenodo, zie de link opgenomen in dit metadatarecord. Indien het gewenst is om de LMG data te bekijken wordt aangeraden om data te downloaden van Zenodo. De resultaten van het LMG zijn gepubliceerd als het aandeel stikstof van nitraat (NO3-N). Voor het weergeven van de resultaten in mg/L nitraat, moeten deze concentraties daarom eerst worden omgerekend. De data is volgens HVD verplichting ook opgenomen als wms en wfs. De wms en wfs bestanden zijn per jaar beschikbaar gesteld. Hierdoor kan het voorkomen dat niet elke put in elke wms of wfs is opgenomen. Het LMG heeft een meetcyclus van één keer per vier jaar. Dat betekent dat elke grondwaterput minimaal één keer per vier jaar wordt bemonsterd, dat kan ook vaker zijn, maar niet vaker dan één keer per jaar. Op het opendata platform Zenodo is een werkbeschrijving opgenomen waarin precies staat beschreven welke werkstappen er zijn uitgevoerd om van de LMG brondata naar de gepubliceerde data in de Nitraatrapportage te komen.
-
Dit bestand bevat de actieplannen geluid van de Nederlandse hoofdluchthavens (Schiphol) conform het END-datamodel (Environmental Noise Directive). Iedere vijf jaar stellen aangewezen overheden een geluidbelastingkaart en een actieplan vast. Deze overheden zijn het Rijk, provincies en een aantal gemeenten. De verplichting komt voort uit de Europese richtlijn omgevingslawaai en is geïmplementeerd in de Omgevingswet. De richtlijn is gericht op het vermijden, voorkomen of verminderen van schadelijke gevolgen van omgevingslawaai. Dit wordt bereikt door het in kaart brengen van de geluidbelasting en het aannemen van actieplannen om gezondheidseffecten door omgevingslawaai (waar nodig) te voorkomen en te beperken, en om een goede milieukwaliteit te handhaven.
-
Ruwe ongevalideerde uurwaarden stikstofdioxide (NO2) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwalteit (LML). Stikstofdioxide is een bruin gas. Blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) hangt samen met een verminderde longfunctie, een toename van luchtwegklachten en astma-aanvallen en een verhoogde gevoeligheid voor infecties. De concentratie van stikstofdioxide (NO2) in Nederland neemt toe vanuit het noorden naar het zuiden. Verkeer is een belangrijke bron van stikstofdioxide. Langs drukke verkeerswegen in vooral de Randstad en het zuiden van Nederland wordt de wettelijke norm (40 microgram/m3 gemiddeld over een jaar) overschreden. Daarnaast ontstaat NO2 uit een reactie tussen stikstofmonoxide en ozon. Het weer en de verkeersdrukte hebben grote invloed op de concentratie.
-
Een geluidaandachtsgebied (INSPIRE Thema:Gebiedsbeheer, gebieden waar beperkingen gelden, gereguleerde gebieden en rapportage-eenheden) ligt langs een weg of spoorweg of rond een industrieterrein. Het is het gebied waarbinnen het geluid door die geluidbron hoger kan zijn dan de standaardwaarde (bijlage I bij artikel 1.1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). De omvang van het geluidaandachtsgebied is afhankelijk van de bron. Alleen binnen het geluidaandachtsgebied zijn de geluidregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing.
-
Ruwe ongevalideerde glijdende 24-uurswaarden fijnere fractie van fijn stof (PM2.5) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwalteit (LML). Stof is een verzamelnaam voor alle deeltjes, die in de lucht zweven. Als de diameter van de deeltjes kleiner is dan 2,5 micrometer dan wordt er gesproken van de fijnere fractie van fijn stof. Fijn stof heeft vele bronnen en worden ook gevormd door chemische reacties in de lucht. Fijn stof heeft effect op de menselijke gezondheid.
-
Ruwe ongevalideerde uurwaarden zwaveldioxide (SO2) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Zwaveldioxide is een kleurloos gas. Het wordt voornamelijk gevormd het gebruik van zwavelhoudende brandstoffen. Belangrijke bronnen zijn kolengestookte energiecentrales, raffinaderijen en het verkeer (de laatste jaren is voornamelijk de internationale scheepvaart van belang). De concentraties zwaveldioxide zijn in Nederland sterk gedaald door maatregelen op de belangrijkste bronnen. Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw zijn er geen normoverschrijdingen meer geweest. Bij hoge concentraties heeft zwaveldioxide negatieve effecten op de menselijke gezondheid en draagt het bij aan de verzuring van ecosystemen. Zwaveldioxide wordt in de lucht gedeeltelijk omgezet in sulfaatdeeltjes en heeft zo een bijdrage aan fijn stof.
-
Deze dataset bevat de jaargemiddelde cijfers voor de in de EU-richtlijn 2008/50/EG verplichte componenten voor het kalenderjaar 2012. Deze gegevens zijn gemeten door het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM op diverse meetlocaties verspreid over Nederland. Naast het jaargemiddelde van de diverse componenten per meetlocatie wordt er ook informatie weergegeven over het aantal metingen waarop dit jaargemiddelde is berekend.
-
Ruwe ongevalideerde uurwaarden koolstofmonoxide (CO) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Koolstofmonoxide is een kleurloos en reukloos gas. Koolstofmonoxide vermindert de transportcapaciteit van zuurstof in het bloed. Bij hoge niveaus van koolmonoxide in het bloed bestaat er een risico voor oudere mensen met hartklachten en voor zwangere vrouwen. De concentratie van koolstofmonoxide (CO) in Nederland zijn al jaren laag. Alleen in steden en langs drukke wegen komen nog wel eens verhoogde concentraties voor. Koolmonoxide ontstaat bij onvolledige verbranding. Wegverkeer is dan ook een belangrijke bijdrage van koolmonoxide.
-
Ruwe ongevalideerde glijdende 24-uurswaarden fijn stof (PM10) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Stof is een verzamelnaam voor alle deeltjes, die in de lucht zweven. Als de diameter van de deeltjes kleiner is dan 10 micrometer dan wordt er gesproken van fijn stof. Fijn stof heeft vele bronnen en worden ook gevormd door chemische reacties in de lucht. De wettelijke norm is een jaargemiddelde van 40 microgram per kubieke meter. Daarnaast mag het daggemiddelde jaarlijks maximaal 35 keer hoger zijn dan 50 microgram per kubieke meter. Fijn stof heeft effect op de menselijke gezondheid. Ook onder de wettelijke normen.