vector
Type of resources
Metadata standard
Topics
INSPIRE themes
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Scale
-
Dit bestand bevat de actieplannen geluid van de Nederlandse hoofdspoorwegen conform het END-datamodel (Environmental Noise Directive). Iedere vijf jaar stellen aangewezen overheden een geluidbelastingkaart en een actieplan vast. Deze overheden zijn het Rijk, provincies en een aantal gemeenten. De verplichting komt voort uit de Europese richtlijn omgevingslawaai en is geïmplementeerd in de Omgevingswet. De richtlijn is gericht op het vermijden, voorkomen of verminderen van schadelijke gevolgen van omgevingslawaai Dit wordt bereikt door het in kaart brengen van de geluidbelasting en het aannemen van actieplannen om gezondheidseffecten door omgevingslawaai (waar nodig) te voorkomen en te beperken, en om een goede milieukwaliteit te handhaven.
-
Bevat de emissies van stoffen naar de lucht en het brandstofverbruik van de grote vuurhaarden in Nederland (Large Combustion Plants) over het rapportagejaar 2016.
-
Dit bestand bevat de actieplannen geluid van de Nederlandse rijks- en provinciale wegen conform het END-datamodel (Environmental Noise Directive). Iedere vijf jaar stellen aangewezen overheden een geluidbelastingkaart en een actieplan vast. Deze overheden zijn het Rijk, provincies en een aantal gemeenten. De verplichting komt voort uit de Europese richtlijn omgevingslawaai en is geïmplementeerd in de Omgevingswet. De richtlijn is gericht op het vermijden, voorkomen of verminderen van schadelijke gevolgen van omgevingslawaai. Dit wordt bereikt door het in kaart brengen van de geluidbelasting en het aannemen van actieplannen om gezondheidseffecten door omgevingslawaai (waar nodig) te voorkomen en te beperken, en om een goede milieukwaliteit te handhaven.
-
Deze dataset bevat de jaargemiddelde cijfers van het Nationaal Meetnet Radioactiviteit van het RIVM zoals in het kader van het EURATOM verdrag verzameld. De data is op diverse meetlocaties verspreid over Nederland gemeten.
-
Dit bestand bevat de actieplannen geluid van de Nederlandse hoofdluchthavens (Schiphol) conform het END-datamodel (Environmental Noise Directive). Iedere vijf jaar stellen aangewezen overheden een geluidbelastingkaart en een actieplan vast. Deze overheden zijn het Rijk, provincies en een aantal gemeenten. De verplichting komt voort uit de Europese richtlijn omgevingslawaai en is geïmplementeerd in de Omgevingswet. De richtlijn is gericht op het vermijden, voorkomen of verminderen van schadelijke gevolgen van omgevingslawaai. Dit wordt bereikt door het in kaart brengen van de geluidbelasting en het aannemen van actieplannen om gezondheidseffecten door omgevingslawaai (waar nodig) te voorkomen en te beperken, en om een goede milieukwaliteit te handhaven.
-
Ruwe ongevalideerde uurwaarden stikstofdioxide (NO2) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwalteit (LML). Stikstofdioxide is een bruin gas. Blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) hangt samen met een verminderde longfunctie, een toename van luchtwegklachten en astma-aanvallen en een verhoogde gevoeligheid voor infecties. De concentratie van stikstofdioxide (NO2) in Nederland neemt toe vanuit het noorden naar het zuiden. Verkeer is een belangrijke bron van stikstofdioxide. Langs drukke verkeerswegen in vooral de Randstad en het zuiden van Nederland wordt de wettelijke norm (40 microgram/m3 gemiddeld over een jaar) overschreden. Daarnaast ontstaat NO2 uit een reactie tussen stikstofmonoxide en ozon. Het weer en de verkeersdrukte hebben grote invloed op de concentratie.
-
Deze dataset bevat de emissies en afvalstromen vanuit de belangrijkste industriële faciliteiten in Nederland zoals deze met het elektronisch Milieujaarverslag worden verzameld in het kader van de Europese E-PRTR verplichting door RIVM aan de Europese Unie worden gerapporteerd. Het bevoegd gezag (provincie, gemeente, waterschap, omgevingsdienst etc.) van het bedrijf heeft vooraf de emissies en afvalstromen gevalideerd. Deze dataset betreft emissies naar de lucht en naar het oppervlaktewater. In beide gevallen gaat het om jaarvrachten.
-
Emissies naar het riool vanuit de industrie worden via het e-MJV (elektronisch Milieujaarverslag) gerapporteerd wanneer bedrijven bepaalde drempelwaarden overschrijden, zoals vastgelegd in het EPRTR-protocol (European Pollutant Release and Transfer Register). Bij lozingen op het riool gaat het om stoffen die via industriële processen in het bedrijfsafvalwater terechtkomen en via het gemeentelijk riool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) worden afgevoerd. Bedrijven moeten deze emissies rapporteren als ze onder de reikwijdte van de E-PRTR-verordening vallen én als de emissies van bepaalde stoffen boven de rapportagedrempels uitkomen.
-
Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.
-
Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.