Type
 

dataset

328 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
Topics
INSPIRE themes
Keywords
Contact for the resource
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Scale
Resolution
From 1 - 10 / 328
  • Categories    

    <p>Datasets used for the manuscript:&nbsp;<em>Long-term wastewater monitoring of SARS-CoV-2 viral loads and variants at the major international passenger hub Amsterdam Schiphol Airport: a valuable addition to COVID-19 surveillance</em></p> <p><em>pandemic_daily_passenger_counts.tsv</em>: An overview of daily passenger arrival&nbsp;counts at Amsterdam Schiphol Airport per continent of origin during the study period 16-02-2020 - 04-09-2022</p> <p><em>pre-pandemic_daily_passenger_averages.tsv:&nbsp;</em>An overview of mean daily passenger arrival counts at Amsterdam Schiphol Airport in the pre-pandemic period 2017-2019.</p> <p><em>viral_load_data.tsv:&nbsp;</em>Flow-corrected viral load (# particles per 24h) in samples taken at the wastewater treatment plant of Amsterdam Schiphol Airport.</p> <p><em>wastewater_variant_frequencies.tsv:&nbsp;</em>SARS-CoV-2 lineage estimates in samples&nbsp;taken at the wastewater treatment plant of Amsterdam Schiphol Airport, analyzed using whole-genome tiled amplicon sequencing.</p>

  • Categories    

    Re-emergence of pertussis despite high vaccination coverage in western countries, results in increased risk for severe and even fatal pertussis among newborns. For this reason, late 2015 the Dutch Health Council (HC) advised to offer 3rd trimester pertussis vaccination to pregnant women. At the start of the maternal pertussis programme late 2019, the maternal Tdap was advised from 22w of gestation onwards. Preterms, accounting for 8% of newborns in the Netherlands, are at highest risk for severe pertussis leading to prolonged hospital and intensive care admissions and sometimes death. Recently, it has become evident that despite 3rd trimester vaccination, preterms remain at high risk because the vaccination is likely given too late for sufficient antibody transfer. For this vulnerable group 2nd trimester vaccination may offer better protection because of extended time for antibody transfer. To date, most countries recommend 3rd trimester vaccination to protect young, not yet (fully) vaccinated infants. Data from England show 91% effectiveness against infant pertussis after maternal Tetanus- diphtheria -acellular Pertussis (Tdap) vaccination in the 3rd trimester. Studies focussing on preterms and protection after maternal vaccination are scarce. Two observational studies reported on effectiveness and antibody levels in cord blood of 2nd trimester vaccination in term infants. While one study showed significantly higher antibody levels after 2nd trimester vaccination (13-25 gestational weeks; GW), another study showed decreased effectiveness of 2nd trimester (<27 GW) vaccination. Only one study concerned antibody transfer in preterms and reported higher antibody levels after 2nd (n=37) than after 3rd (n=48) trimester vaccination. Aiming to contribute to setting optimal vaccine strategy of maternal pertussis vaccination in the Netherlands and elsewhere and particular for the most vulnerable group of preterms, we propose a study that compares pertussis antibody levels in preterms and terms after 2nd trimester maternal vaccination. We can compare these to data we have on 3rd trimester Tdap in terms. In addition to adequate antibody levels, success of 2nd trimester vaccination depends on acceptance of this strategy by pregnant women and professionals. Our primary endpoint is IgG anti-pertussis toxin (Pt) antibody concentration in preterms and terms at 2m of age, Pt is considered the most relevant antibody for protection against clinical pertussis. Secondary endpoints are e.g. pertussis specific antibody concentrations in preterms and terms in cord blood and in women at delivery. Determinants of acceptance of 2nd trimester maternal vaccination are also a secondary endpoint. Antibody concentrations will be assessed in serum, using a fluorescent bead-based multiplex immunoassay, with required blood volume of minimal 100µl. For the survey on acceptance, we aim to have 4 groups of 100 women each, i.e. women who are pregnant for the 1st time, women who already gave birth and in both groups women with and without a known increased risk of preterm delivery. For the immunogenicity part, we aim to have at least 60 preterms and 60 terms, as this is, according to experts, the minimum number to enable good comparisons. Pregnant women will be offered 2nd trimester pertussis vaccination. Both among acceptors and non-acceptors acceptance of 2nd trimester vaccination will be assessed. Women are first asked to participate in the acceptance part after the 1st antenatal visit to a midwife or obstetrician. They fill in a questionnaire to assess behavioral determinants and beliefs that underlie acceptance of 2nd trimester maternal vaccination. Only after this consent, women will be asked to participate in the immunogenicity part. Hereby, women will receive Tdap after they have the 20w standard anomaly ultrasound scan (20-24 GW). Vaccinated women will be followed until delivery. All preterms and a random selection of 60 terms, all of vaccinated mothers, will be followed until 2m of age, i.e. just before start of the NIP. By including both women in primary and secondary antenatal care, we aim to enrich our study population with women who are at increased risk for preterm delivery, as these women are usually seen by an obstetrician. Data from our study will determine whether 2nd trimester Tdap leads to sufficient Pt antibodiy concentration in terms and preterms compared to 3rd trimester vaccination. Furthermore, we will have knowledge about obstacles for acceptance and can tailor information for all pregnant women to overcome these. Finally, given that in near future besides pertussis other maternal vaccines are likely to become available for prevention of severe disease in newborns (RSV, GBS), in particular in preterms, this study generates essential knowledge for future vaccine policy of maternal vaccines.

  • Categories  

    De VCP geeft inzicht in wat, waar en wanneer Nederlanders eten en drinken en vergelijkt dit met de Richtlijnen goede voeding en voedingsnormen van de Gezondheidsraad. Het RIVM bracht dit in kaart op basis van het voedingspatroon van ongeveer 3.500 kinderen en volwassenen in de periode 2019-2021.

  • Categories  

    De hemelhelderheid is een maat voor hoe donker het 's nachts is. Het betreft de luminantie (lichtsterkte per oppervlakte eenheid) in het punt aan de hemel als je recht omhoog kijkt (het zogenaamde Zenit). De luminantie varieert op een locatie sterk. In deze kaart kunt u de berekende hemelhelderheid zien, uitgedrukt in milicandela per m2 voor de situatie: [1] in de avond zonder bewolking. [2] in de nacht zonder bewolking. [3] in de avond met bewolking. [4] in de nacht met bewolking. N.B. In de berekening zijn alleen Nederlandse bronnen meegenomen. Bronnen uit het buitenland ontbreken. Hierdoor is de berekende hemelhelderheid in de grensstreek waarschijnlijk een onderschatting van de werkelijke hemelhelderheid.

  • Categories  

    Waterzuivering van de ondergrond gaat over verschillende aspecten en processen; denitrificatie, mobilisatie van metalen in het grondwatercompartiment en uitspoeling van metalen uit de bodem, biologische afbraak van verontreinigingen (bijv. olieverontreinigingen), afbraak van microbiologische verontreinigingen (bijv. virussen). Voor deze kaart kiezen we als voorbeeld van ‘waterzuivering van de ondergrond’ de potentie voor denitrificatie. De redoxtoestand van het grondwater geeft een eerste aanwijzing voor de potentie voor denitrificatie. De kaart is een landsdekkende puntenkaart die de gemiddelde redoxtoestand (in de tijd) in de bovenste filter van de grondwaterputlocatie weergeeft. De grondwatermonsters zijn ingedeeld in 4 klassen: • Aeroob en/of nitraathoudend grondwater, • Mix grondwater met nitraat en ijzer; • Anaeroob grondwater (gunstig voor denitrificatie); • Sterk anaeroob grondwater (gunstig voor denitrificatie); De criteria voor de indeling van de grondwatermonsters op redoxklasse staan beschreven (Vermooten et al., 2006) waarbij voor de leesbaarheid is gekozen om de categorie SO4-reducerend grondwater en SO4-gereduceerd/methanogeen grondwater samen te nemen in de categorie ‘Sterk anaeroob grondwater’. Daarnaast is hieronder een extra puntenkaart toegevoegd die de pH weergeeft voor dezelfde filters. De pH is een eerste aanwijzing van de mate waarin sporenelementen (bijv. zware metalen) wel of niet mobiel zijn. Het kan gaan om metalen die uit de bodem uitspoelen en om metalen die in het grondwatercompartiment gemobiliseerd raken bij bijvoorbeeld pyrietoxidatie.

  • Categories  

    Geluidkaart 2016 voor Schiphol in het kader van de Regeling omgevingslawaai. De contouren op de kaart zijn gebaseerd op modelberekeningen van het NLR en geven inzicht in de geluidsbelasting in het voorgaande jaar (2016), hier het gebruiksjaar voor de luchthaven Schiphol dat liep van 1 november 2015 tot 1 november 2016. Over de kaart De kaart en de gegevens zijn afkomstig en eigendom van het ministerie van Infrastructuur & Milieu. De kaart bevat de Lnight geluidcontouren variërend tussen 50 en 65 dB in klassen van 5 dB.

  • Categories    

    Op de kaart zie je hoe ver mensen moeten reizen naar sportaccommodaties. Sportaccommodaties zijn plekken waar je kunt sporten. De afstand is een gemiddelde en aangegeven in kilometers. In de berekening zitten negen verschillende soorten sportaccommodaties, namelijk: fitnessruimtes, voetbalvelden, tennisbanen, sporthallen, zwembaden, korfbalzalen, hockeyvelden en golfbanen.

  • Een groot deel van de Nederlandse bevolking is gevaccineerd tegen COVID-19. Na vaccinatie volgt een afweerreactie in het lichaam. Zo wordt immuniteit opgebouwd. De afweerreactie van gezonde Nederlandse mensen wordt bestudeerd door onder anderen het RIVM en het Erasmus MC. Er zijn ook acht onderzoeksgroepen die de afweerreactie in patiënten met een verminderde afweer bestuderen. Die verminderde afweer kan komen door onderliggende aandoeningen zoals een aangeboren immuundeficiëntie of afweerstoornis, of door behandeling van een ziekte. Deze mensen lopen een hoger risico ernstig ziek te worden bij een COVID-19 infectie. We weten nog niet goed genoeg of zij voldoende én voldoende lang worden beschermd na vaccinatie. Door uitkomsten van onderzoeken te vergelijken kunnen misschien meer mensen geholpen worden. Daarom heeft ZonMw verzocht om een infrastructuur en organisatiestructuur op te zetten om de resultaten van de betrokken COVID-19 vaccinstudies te delen, harmoniseren en analyses uit te kunnen voeren met de gezamenlijke database. Waardoor de resultaten uit de verschillende studies (bij verschillende patiënten) met elkaar vergeleken kunnen worden. De data is door de onderzoeksgroepen verzameld en moeten door de onderzoekers gedeeld gaan worden ten behoeve van onderzoeksgroep overstijgende analyses om project overstijgende onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Er zijn wetten en regels waaraan voldaan moet worden bij het delen van data over patiënten. Daarnaast bedoelen onderzoekers soms niet precies hetzelfde met een beschrijving. Of worden verschillende woorden gebruikt terwijl wel hetzelfde bedoeld wordt. Het creëren van eenheid van taal in de verzamelde data is dus een randvoorwaarde om onderzoek overstijgende analyses uit te kunnen voeren. Daarnaast zijn er ook technische uitdagingen voor het veilig delen van data en het gezamenlijk werken in een digitale werkomgeving. Samen met het RIVM vormen de acht onderzoeksgroepen een onderzoeksgroep; het ‘Harmony consortium’. Voor het Harmony consortium is na goedkeuring van ZonMw voor het projectvoorstel een organisatie opgericht om de data op een goede en veilige manier te kunnen delen. Ook wordt ervoor gezorgd dat iedereen dezelfde taal gaat spreken. Voor alle hierbij optredende organisatorische en technische uitdagingen wordt een oplossing gezocht. En om te testen of de oplossingen daadwerkelijk werken, wordt met een pilot een eerste inhoudelijke onderzoeksvraag beantwoord met behulp van de gedeelde en geharmoniserde data.

  • Categories  

    In de vragenlijstmonitor Pandemische Paraatheid en Gedrag meten we twee keer per jaar variabelen die relevant (kunnen) zijn voor de voorbereiding op, en tijdens, een pandemie. Het gaat hierbij om vragen over gedrag, gezondheid, en factoren die gedrag en gezondheid beïnvloeden. De data wordt verzameld in het LISS Panel van Centerdata. De data is vanaf 12 maanden na dataverzameling beschikbaar via het LISS Data Archive. Meer informatie over het project Pandemische Paraatheid en Gedrag: https://www.rivm.nl/gedragsonderzoek/pandemische-paraatheid

  • Categories  

    De hemelhelderheid is een maat voor hoe donker het 's nachts is. Het betreft de luminantie (lichtsterkte per oppervlakte eenheid) in het punt aan de hemel als je recht omhoog kijkt (het zogenaamde Zenit). De luminantie varieert op een locatie sterk. In deze kaart kunt u de berekende hemelhelderheid zien, uitgedrukt in milicandela per m2 voor de situatie: [1] in de avond zonder bewolking. [2] in de nacht zonder bewolking. [3] in de avond met bewolking. [4] in de nacht met bewolking. N.B. In de berekening zijn alleen Nederlandse bronnen meegenomen. Bronnen uit het buitenland ontbreken. Hierdoor is de berekende hemelhelderheid in de grensstreek waarschijnlijk een onderschatting van de werkelijke hemelhelderheid.