Type of resources
Metadata standard
Topics
INSPIRE themes
Keywords
Contact for the resource
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Service types
Scale
Resolution
From 1 - 10 / 388
  • Categories    

    Re-emergence of pertussis despite high vaccination coverage in western countries, results in increased risk for severe and even fatal pertussis among newborns. For this reason, late 2015 the Dutch Health Council (HC) advised to offer 3rd trimester pertussis vaccination to pregnant women. At the start of the maternal pertussis programme late 2019, the maternal Tdap was advised from 22w of gestation onwards. Preterms, accounting for 8% of newborns in the Netherlands, are at highest risk for severe pertussis leading to prolonged hospital and intensive care admissions and sometimes death. Recently, it has become evident that despite 3rd trimester vaccination, preterms remain at high risk because the vaccination is likely given too late for sufficient antibody transfer. For this vulnerable group 2nd trimester vaccination may offer better protection because of extended time for antibody transfer. To date, most countries recommend 3rd trimester vaccination to protect young, not yet (fully) vaccinated infants. Data from England show 91% effectiveness against infant pertussis after maternal Tetanus- diphtheria -acellular Pertussis (Tdap) vaccination in the 3rd trimester. Studies focussing on preterms and protection after maternal vaccination are scarce. Two observational studies reported on effectiveness and antibody levels in cord blood of 2nd trimester vaccination in term infants. While one study showed significantly higher antibody levels after 2nd trimester vaccination (13-25 gestational weeks; GW), another study showed decreased effectiveness of 2nd trimester (<27 GW) vaccination. Only one study concerned antibody transfer in preterms and reported higher antibody levels after 2nd (n=37) than after 3rd (n=48) trimester vaccination. Aiming to contribute to setting optimal vaccine strategy of maternal pertussis vaccination in the Netherlands and elsewhere and particular for the most vulnerable group of preterms, we propose a study that compares pertussis antibody levels in preterms and terms after 2nd trimester maternal vaccination. We can compare these to data we have on 3rd trimester Tdap in terms. In addition to adequate antibody levels, success of 2nd trimester vaccination depends on acceptance of this strategy by pregnant women and professionals. Our primary endpoint is IgG anti-pertussis toxin (Pt) antibody concentration in preterms and terms at 2m of age, Pt is considered the most relevant antibody for protection against clinical pertussis. Secondary endpoints are e.g. pertussis specific antibody concentrations in preterms and terms in cord blood and in women at delivery. Determinants of acceptance of 2nd trimester maternal vaccination are also a secondary endpoint. Antibody concentrations will be assessed in serum, using a fluorescent bead-based multiplex immunoassay, with required blood volume of minimal 100µl. For the survey on acceptance, we aim to have 4 groups of 100 women each, i.e. women who are pregnant for the 1st time, women who already gave birth and in both groups women with and without a known increased risk of preterm delivery. For the immunogenicity part, we aim to have at least 60 preterms and 60 terms, as this is, according to experts, the minimum number to enable good comparisons. Pregnant women will be offered 2nd trimester pertussis vaccination. Both among acceptors and non-acceptors acceptance of 2nd trimester vaccination will be assessed. Women are first asked to participate in the acceptance part after the 1st antenatal visit to a midwife or obstetrician. They fill in a questionnaire to assess behavioral determinants and beliefs that underlie acceptance of 2nd trimester maternal vaccination. Only after this consent, women will be asked to participate in the immunogenicity part. Hereby, women will receive Tdap after they have the 20w standard anomaly ultrasound scan (20-24 GW). Vaccinated women will be followed until delivery. All preterms and a random selection of 60 terms, all of vaccinated mothers, will be followed until 2m of age, i.e. just before start of the NIP. By including both women in primary and secondary antenatal care, we aim to enrich our study population with women who are at increased risk for preterm delivery, as these women are usually seen by an obstetrician. Data from our study will determine whether 2nd trimester Tdap leads to sufficient Pt antibodiy concentration in terms and preterms compared to 3rd trimester vaccination. Furthermore, we will have knowledge about obstacles for acceptance and can tailor information for all pregnant women to overcome these. Finally, given that in near future besides pertussis other maternal vaccines are likely to become available for prevention of severe disease in newborns (RSV, GBS), in particular in preterms, this study generates essential knowledge for future vaccine policy of maternal vaccines.

  • Categories    

    <p>Datasets used for the manuscript:&nbsp;<em>Long-term wastewater monitoring of SARS-CoV-2 viral loads and variants at the major international passenger hub Amsterdam Schiphol Airport: a valuable addition to COVID-19 surveillance</em></p> <p><em>pandemic_daily_passenger_counts.tsv</em>: An overview of daily passenger arrival&nbsp;counts at Amsterdam Schiphol Airport per continent of origin during the study period 16-02-2020 - 04-09-2022</p> <p><em>pre-pandemic_daily_passenger_averages.tsv:&nbsp;</em>An overview of mean daily passenger arrival counts at Amsterdam Schiphol Airport in the pre-pandemic period 2017-2019.</p> <p><em>viral_load_data.tsv:&nbsp;</em>Flow-corrected viral load (# particles per 24h) in samples taken at the wastewater treatment plant of Amsterdam Schiphol Airport.</p> <p><em>wastewater_variant_frequencies.tsv:&nbsp;</em>SARS-CoV-2 lineage estimates in samples&nbsp;taken at the wastewater treatment plant of Amsterdam Schiphol Airport, analyzed using whole-genome tiled amplicon sequencing.</p>

  • Categories  

    De VCP geeft inzicht in wat, waar en wanneer Nederlanders eten en drinken en vergelijkt dit met de Richtlijnen goede voeding en voedingsnormen van de Gezondheidsraad. Het RIVM bracht dit in kaart op basis van het voedingspatroon van ongeveer 3.500 kinderen en volwassenen in de periode 2019-2021.

  • Categories    

    Deze webservice toont de jaargemiddelde cijfers van het Nationaal Meetnet Radioactiviteit van het RIVM zoals in het kader van het EURATOM verdrag verzameld. De data is op diverse meetlocaties verspreid over Nederland gemeten.

  • Categories    

    Deze webservice toont de locaties van alle ziekenhuizen in Nederland (algemene en academische ziekenhuizen inclusief de buitenpoliklinieken). Het betreft de situatie van september 2013. Het bestand bestaat uit een locatienaam, organisatienaam en adresgegevens.

  • Categories    

    Voor het Integraal PRTR-verslag (PRTR) moeten bedrijven, wanneer zij de drempelwaarden overschrijden, rapporteren hoeveel afval zij hebben afgevoerd, en op welke wijze dit afval is verwerkt (afvoer binnen Nederland of naar het buitenland, en of het nuttig is toegepast of verwijderd). Deze verplichting geldt voor bedrijven die onder de reikwijdte van Annex I van de E-PRTR-verordening vallen.

  • Categories  

    Genexpressie in keratinocyten na blootstelling aan sensibiliserende of irriterende stoffen

  • Categories    

    Algemene beschrijving herkomst De Stookwijzer geeft met kleurcodes aan wanneer ‘geen hout te stoken’ (code rood), wanneer ‘het beter is om nu geen hout te stoken’ (code oranje) of wanneer ‘op te letten omdat stoken tot overlast en luchtverontreiniging kan leiden’ (code geel). De Stookwijzer combineert de windsnelheid (m/s) uit het KNMI-Harmonie model en de luchtkwaliteitsindex (LKI) variërend van 1 (goed) – 11 (zeer slecht). Op basis van deze parameters wordt een melding gegeven per postcodegebied (PC4) in Nederland. Dit advies is Geel, Oranje of Rood. Wanneer de informatie van één van de bronnen ontbreekt wordt geen melding gegeven. Voor de actuele situatie wordt een kaart gepubliceerd met een melding per PC4-gebied in Nederland. De Stookwijzer geeft adviezen voor blokken van 6 uur (04:00-10:00, 10:00-16:00, 16:00-22:00, 22:00-04:00). Een advies wordt uiterlijk 6 uur voorafgaand aan het tijdsblok vastgesteld en verandert daarna niet meer (dus geen herberekening voorafgaand aan het tijdsblok). Revisie 3 februari 2026 De Stookwijzer berekent het advies geel, oranje of rood op basis van de windsnelheid en luchtkwaliteit. Het RIVM(Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) ontdekte dat in de software van de Stookwijzer een fout zat. Hierdoor is er sinds de start van de Stookwijzer in oktober 2024 geen code oranje afgegeven. Per 3 februari 2026 zijn de volgende wijzigingen in de berekening doorgevoerd. • De luchtkwaliteitverwachting (LKI) wordt nu correct in de bepaling van het advies van de Stookwijzer meegenomen. Door een fout in de software werd de luchtkwaliteitsindex te laag ingeschat. Hierdoor werd code oranje niet gegeven wanneer dit wel had moeten zijn. • Kleine wijziging aangebracht bij het omrekenen van concentraties naar LKI-klassen. De omrekening van concentratie naar LKI waarde wordt bepaald of een concentratie binnen een bepaalde range valt. De range die nu toegepast wordt is gedefinieerd als > EN <=. • Voor de verwerking van de PM2.5 concentratiebestanden zijn deze bijgewerkt met de UTC-tijd. • Bij het uitlezen van de PM2.5 concentratiebestanden was een kleine ruimtelijke verschuiving (<75 m) van de gridcellen geconstateerd. Dit is gecorrigeerd. Attributen: advies_0 Advies voor het eerste tijdsblok (0 tot 6 uur na model_runtime). Domein: [-1, 0, 1, 2], waarbij -1 betekent geen advies, 0 betekent geel, 1 betekent oranje, en 2 betekent rood. advies_6 Advies voor het tweede tijdsblok (6 tot 12 uur na model_runtime). Domein: [-1, 0, 1, 2], waarbij -1 betekent geen advies, 0 betekent geel, 1 betekent oranje, en 2 betekent rood. advies_12 Advies voor het derde tijdsblok (12 tot 18 uur na model_runtime). Domein: [-1, 0, 1, 2], waarbij -1 betekent geen advies, 0 betekent geel, 1 betekent oranje, en 2 betekent rood. advies_18 Advies voor het vierde tijdsblok (18 tot 24 uur na model_runtime). Domein: [-1, 0, 1, 2], waarbij -1 betekent geen advies, 0 betekent geel, 1 betekent oranje, en 2 betekent rood. definitief_0 Boolean [true/false] dat aangeeft of het advies voor het eerste tijdsblok (0 tot 6 uur na model_runtime) definitief is vastgesteld. definitief_6 Boolean [true/false] dat aangeeft of het advies voor het tweede tijdsblok (6 tot 12 uur na model_runtime) definitief is vastgesteld. definitief_12 Boolean [true/false] dat aangeeft of het advies voor het derde tijdsblok (12 tot 18 uur na model_runtime) definitief is vastgesteld. definitief_18 Boolean [true/false] dat aangeeft of het advies voor het vierde tijdsblok (18 tot 24 uur na model_runtime) definitief is vastgesteld. lki Berekende LuchtKwaliteitsIndex voor het eerste tijdsblok. Domein: [-1, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11], waarbij -1 betekent dat er geen waarde is berekend en 1 tot en met 11 de indexwaarden van de LuchtKwaliteitsIndex zijn. model_runtime Datum en tijd waarop de berekening is uitgevoerd. Formaat: "dd-mm-jjjj uu:mm". pc4 String van vier cijfers die aangeeft voor welk postcode4-gebied het advies is berekend. wind Gemiddelde windsnelheid in het eerste tijdsblok (0 tot 6 uur na model_runtime), uitgedrukt in meters per seconde (m/s). wind_bft Gemiddelde windsnelheid in het eerste tijdsblok (0 tot 6 uur na model_runtime), uitgedrukt in Beaufort (Bft).

  • Categories  

    Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van passerende treinen.

  • Categories  

    Wat is er te zien: Dieldringehalte (Relatief t.o.v. mediaan) voor bovengrond (0-10cm) voor 5 landgebruik-grondsoort combinaties in Nederland. Toelichting: Het middel is voornamelijk gebruikt in de akkerbouw. Hoewel dit gewasbeschermingsmiddel sinds 1984 uit de handel is, worden nog steeds concentraties aangetroffen; het middel is persistent, dat wil zeggen dat het slecht afbreekbaar is. Er bestaat een achtergrondwaarde in de vorm van een som-norm (samen met aldrin en endrin), deze bedraagt 15 μg/kg. Wat is de Waarde: waarschuwend effect. De lezer ziet hoe lang deze bestrijdingsmiddelen in het milieu blijven. Ook als er beleid is om de verkoop te verbieden, ben je er nog niet vanaf, omdat de resten van voorgaande jaren nog in het milieu zitten. Belangrijk voor: Ecologische kapitaal en ecosysteemdiensten. Diffuse bodemverontreiniging heeft effecten op de mogelijkheden voor het benutten van ecosysteemdiensten.