From 1 - 10 / 32
  • Categories    

    "Wat ziet u? Deze kaart geeft voor elke cel (10X10m of 1 a) weer hoeveel het huidige landgebruik bijdraagt aan het reguleren van het erosierisico . Dit wordt berekend door het verschil te nemen tussen de potentiële erosiegevoeligheid (indien landgebruik akker zou zijn) en de actuele erosiegevoeligheid (huidig landgebruik). De kaart geeft een beeld van welk landgebruik bijdraagt aan het verminderen van het erosierisico. Het geeft een beeld van waar nog maatregelen genomen kunnen worden en waar planners moeten oppassen om het landgebruik te wijzigen.

  • Categories  

    Ruwe ongevalideerde glijdende 24-uurswaarden fijn stof (PM10) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Stof is een verzamelnaam voor alle deeltjes, die in de lucht zweven. Als de diameter van de deeltjes kleiner is dan 10 micrometer dan wordt er gesproken van fijn stof. Fijn stof heeft vele bronnen en worden ook gevormd door chemische reacties in de lucht. De wettelijke norm is een jaargemiddelde van 40 microgram per kubieke meter. Daarnaast mag het daggemiddelde jaarlijks maximaal 35 keer hoger zijn dan 50 microgram per kubieke meter. Fijn stof heeft effect op de menselijke gezondheid. Ook onder de wettelijke normen.

  • Categories  

    De beschermingszone rondom drinkwaterwinningen uit grondwater, waarbinnen het grondwater 100 jaar of minder onderweg is naar de winning. Deze zone kan worden vastgesteld door de provincie voor zeer kwetsbare grondwaterwinningen. Het verschilt per provincie hoe hiermee wordt omgegaan. Afhankelijk van de provincie kunnen regels van toepassing zijn op basis van de Provinciale Milieu Verordening (Wet milieubeheer) of ruimtelijke verordeningen (Wet ruimtelijke ordening) . Bijna altijd is ruimtelijk stimuleringsbeleid van toepassing om rekening te houden met het drinkwaterbelang.

  • Categories  

    De kaart geeft de gemiddelde toegevoegde waarde per hectare weer van voedselteelten in de akkerbouw, berekend over de periode 2011-2014. Deze vierjarige periode is gekozen om recht te doen aan vruchtwisselingscycli: op dezelfde grond worden immers vaak elk jaar andere gewassen geteeld. De data zijn deels afkomstig uit de Basisregistratie Percelen (waarin te vinden is waar welk gewas wordt geteeld) en deels uit de CBS-Landbouwtellingen, zoals bewerkt door het LEI (daarin wordt de gemiddelde productiewaarde van elk gewas berekend). Op deze zg. standaardopbrengst wordt vervolgens de gemiddelde verdiencapaciteit per sector toegepast als schatting van de toegevoegde waarde. De ecosysteemdienst moet namelijk gezien worden als de toegevoegde waarde van producten die de grond oplevert - niet als de totale waarde van de productie.

  • Categories    

    Regenwormen behoren tot de reuzen van het bodemleven, de zogenoemde macrofauna. In Nederland zijn ongeveer 25 soorten bekend, maar de meeste daarvan worden zelden waargenomen. Enkele soorten komen juist heel veel voor. Regenwormen worden ingedeeld in drie groepen, op grond van hun voedselkeuze, gedrag en voorkomen. Zo zijn er de pendelaars, die diepe verticale gangen maken en plantenresten tot ver in de bodem brengen. Zij vergroten het gehalte aan organische stof, verbeteren de bodemvruchtbaarheid en versterken het vochtregulerende vermogen. Daarnaast zijn er de regenwormen die vlak onder de oppervlakte leven en de soorten die juist dieper in de bodem zitten. De eerste groep composteert plantaardig materiaal en maakt veel stikstof, fosfaat en kalium vrij. De laatste groep bevordert de beluchting en stimuleert de microbiële activiteit in de bodem. Regenwormen zijn gevoelig voor verontreiniging en grondbewerking, zoals ploegen en mestinjectie. Regenwormen spelen door hun gedrag en eigenschappen een belangrijke rol bij de structuurvorming van de bodem. De meeste soorten regenwormen worden aangetroffen bij de melkveehouderij op de kleigronden. Regenwormen zijn cruciaal voor: • nutriëntenhuishouding • bodemstructuur • afbraak en opslag organische stof • opslag en afgifte van water • habitat en biodiversiteit

  • Categories  

    Wat ziet U: De relatief ongestoorde en niet vergraven bodem, die daardoor goed ecologisch kan functioneren. Wat is de waarde: Alleen een onafgedekte bodem kan ecologisch functioneren. Ook de mate van vergravenheid beinvloedt het ecologisch functioneren en daardoor vele ecosysteemdiensten Open bodem vertegenwoordigt een groot deel van het natuurlijk kapitaal van de toplaag van de bodem in Nederland. Belangrijk voor: Bodembeheer in de bebouwde omgeving, bij infrastructuur en in de glastuinbouw, waar de verstoring relatief groot is.

  • Categories  

    De beschermingszone rondom drinkwaterwinningen uit grondwater. Dit beschermingsgebied wordt bepaald door de povincie en vastgelegd in de Provinciale Milieu Verordening. Het gebied is meestal vastgesteld op basis van een berekende verblijftijd van een waterdeeltje van 25 jaar in het watervoerende pakket waar de drinkwaterontrekking plaatsvindt.

  • Categories  

    Ruwe ongevalideerde uurwaarden koolstofmonoxide (CO) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Koolstofmonoxide is een kleurloos en reukloos gas. Koolstofmonoxide vermindert de transportcapaciteit van zuurstof in het bloed. Bij hoge niveaus van koolmonoxide in het bloed bestaat er een risico voor oudere mensen met hartklachten en voor zwangere vrouwen. De concentratie van koolstofmonoxide (CO) in Nederland zijn al jaren laag. Alleen in steden en langs drukke wegen komen nog wel eens verhoogde concentraties voor. Koolmonoxide ontstaat bij onvolledige verbranding. Wegverkeer is dan ook een belangrijke bijdrage van koolmonoxide.

  • Categories  

    Verdeling water over hoofdwatersysteem van Rijn en Maas. Bij een aanvoer van de gemiddelde hoeveelheid water via de Bovenrijn is bekend hoe het water (de afvoer) verdeeld wordt over de verschillende takken (getallen in m3/s). De afvoer op de Maas wordt niet verdere verdeeldover verschillende takken. Met de gemiddelde hoeveelheid water wordt de hoeveelheid water bedoeld die bij Eijsden (voor de Maas) en bij Lobith (voor de Rijntakken) ons land binnenkomt. Voor de afvoer bij Lobith is daarnaast een minimale afvoer met Duitsland overeen gekomen. Deze hoeveelheid berust dus op een afspraak. Dit bedraagt 984m3/s (hoewel een afvoer van 630 m3/s gemeten is in 1947). Met Belgie bestaan geen afspraken over de minimale hoeveelheid die via de Maas binnen stroomt. Gemiddeld komt er over de Rijn 2200 m3/s water binnen. Over de Maas is dit 230 m3/s.

  • Categories  

    De kaart geeft de gemiddelde toegevoegde waarde per hectare weer van sierteelten in de tuinbouw (bollen en boomkwekerijen), berekend over de periode 2011-2014; een culturele ecosysteemdienst dus. Teelten in kassen zijn niet meegenomen, omdat die niet als diensten van een natuurlijk ecosysteem worden gezien. Deze vierjarige periode is gekozen om recht te doen aan vruchtwisselingscycli: op dezelfde grond worden immers vaak elk jaar andere gewassen geteeld. De data zijn deels afkomstig uit de Basisregistratie Percelen (waarin te vinden is waar welk gewas wordt geteeld) en deels uit de CBS-Landbouwtellingen, zoals bewerkt door het LEI (daarin wordt de gemiddelde productiewaarde van elk gewas berekend). Op deze zg. standaardopbrengst wordt vervolgens de gemiddelde verdiencapaciteit per sector toegepast als schatting van de toegevoegde waarde. De ecosysteemdienst moet namelijk gezien worden als de toegevoegde waarde van producten die de grond oplevert - niet als de totale waarde van de productie.