From 1 - 10 / 38
  • Categories  

    Zoet oppervlaktewater wordt door de landbouw gebruikt voor beregening van landbouwgewassen. Hiervoor is binnen Deltaprogramma zoet water bepaald wat de totale hoeveelheid water is die aangevoerd kan worden en wat het uiteindelijke tekort aan zoet water voor dit doeleinde is. De resultaten kunnen gepresenteerd worden voor 5 deelgebieden waaruit Nederland is opgebouwd in de sommen die Deltaprogramma zoet water heeft laten uitvoeren. De Waddeneilanden maken geen onderdeel uit van de analyses. (getallen in m3/zomerhalfjaar). De kaart geeft het watertekort voor beregening in een droog jaar weer, zoals berekend door Deltaprogramma Zoet Water met behulp van NHI (Nederland Hydrologisch Instrumentarium)

  • Categories  

    Water kan op veel plekken geborgen worden. In dit bestand wordt de afvoermogelijkheid door de grote rivieren in beeld gebracht. Het bestand geeft de maximale afvoercapaciteit van de Rijntakken waarop de zogenaamde Maatgevende Hoogwaterstanden (MHW) zijn gebaseerd. Het geeft dus aan welke hoeveelheid water er maximaal veilig door de rivieren afgevoerd zou moeten kunnen worden. Het geeft een beeld van de verdeling (in m3/s per tak)zoals die verdeeld wordt bij een afvoer van 16.000 m3/s bij Lobith. Het is niet gelijk aan de echt maximale afvoercapaciteit op elk punt op de rivieren. In werkelijkheid moet ook rekening gehouden worden met zijdelingse toestroom vanuit het regionale systeem op de rivieren. Deze zorgt ervoor dat de afvoer lokaal hoger kan zijn.

  • Categories  

    Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking in de door u gekozen gemeente ernstig gehinderd is door geluid van vliegtuigen.

  • Categories  

    Zoet oppervlaktewater wordt gebruikt voor een aantal doeleinden, waaronder voor het beregenen van gewassen Water wordt gebruikt om de landbouwgewassen van water Voor deze watervraag is binnen ‘Deltaprogramma zoet water’ bepaald wat de totale hoeveelheid water is die aangevoerd kan worden en wat het uiteindelijke tekort aan zoet water voor dit doeleinde is. De resultaten kunnen gepresenteerd worden voor 5 deelgebieden waarin Nederland is verdeeld in de sommen die DP Zoetwater heeft laten uitvoeren. (getallen in m3/zomerhalfjaar).

  • Categories  

    De kaart geeft de potentiele biomassaproductie weer door macroalgen op het Nederlands Continentaal Plat (NCP). De maximale opbrengst van een locatie is afhankelijk van de algensoort op basis van verschilllende groei-indicatoren. De kaart geeft het resultaat van een eerste verkenning van de mogelijke maximale biomassaproductie van twee soorten macroalgen voor 8 locaties. De locaties betreffen locaties waar al offshore installaties aanwezig zijn of zijn gepland en die mogelijk gecombineerd kunnen worden met algenkweek. De kweek van macroalgen op zee kan een belangrijke bijdragen leveren aan de productie van eiwitten als bron van voedsel, van vetten als grondstof voor biobrandstof en een grondstof voor de chemie en de farmaceutische industrie. Daarnaast kan de productie van macroalgen bijdragen aan CO2-fixatie en aan waterzuivering waarbij onder andere een deel van de naar zee afgespoelde fosfaten opnieuw kunnen worden opgenomen en gebruikt. De economische haalbaarheid van offshore macro-algencultures is afhankelijk van de potentiele productie, de opbrengst en de productiekosten. De productie is onder meer afhankelijk van beschikbaarheid aan voedingsstoffen, lichtklimaat en hydrodynamische omstandigheden. Deze zijn niet uniform verspreid over het NCP. De productiekosten hangen onder andere samen met afstand tot de kust en de kosten van bouw en onderhoud van kweekfaciliteiten. Ook deze zijn per gebied verschillend.

  • Categories  

    De diepteligging van het Pleistocene zand geeft vaak, maar niet altijd aan wat de minimale lengte van funderingspalen zal moeten zijn. De provincie Utrecht heeft een kaart laten vervaardigen waarin de geschiktheid van de ondergrond voor ‘traditioneel bouwen’ tot uiting komt. Daaronder wordt verstaan: bouwwerken van steen of beton met een fundering op staal of heipalen, en infrastructuur (wegen) zonder paalfundering. Uitgangspunt bij de kartering is dat hoe groter de investering in de fundering zal moeten zijn, en/of hoe hoger de potentiële beheerkosten zijn, des te minder geschikt een locatie wordt geacht. De kaart van de funderingsdiepte geeft een indicatie van de kosten voor een fundering. Hierin wordt ook rekening gehouden met ondieper voorkomende zandlagen. Momenteel is geen landelijke beeld beschikbaar van de minimale funderingsdiepte zoals uitgevoerd voor de Provincie Utrecht en Noord-Holland. Wel is een versimpelde kaart beschikbaar die door TNO gemaakt is voor het televisieprogramma klokhuis. Deze is gebaseerd op de diepte van de top van de pleistocene formaties. Er zijn 3 klassen gedefinieerd; klasse 0 = niet heien (waarbij de top van de pleistocene formaties tot aan maaiveld komt) klasse 1 = heien met korte palen (waarbij de top van de pleistocene formaties tussen maaiveld en 5 m diep ligt) klasse 2 = heien met lange palen (waarbij de top van de pleistocene formaties dieper ligt dan 5 m) De kaart is gebaseerd op de diepte van de top van de pleistocene formaties. Daarnaast ook gebruik gemaakt van de oppervlakte geologie kaart uit 2006 om het riviergebied beter in beeld te krijgen (met name de verspreiding van de Formatie van Echteld). (Voor informatie over deze kaart, graag contact opnemen met Jan Gunnink, jan.gunnink@tno.nl)

  • Categories  

    Water kan op veel plekken geborgen worden, waaronder in de ondergrond. Waterberging in onverzadigde zone kan bepaald worden door het verschil tussen de grondwaterstanden en AHN te bepalen. Hieraan is af te leiden hoeveel water er in potentie nog in de onverzadigde zone gebrogen kan worden. De kaart maximale berging in grondwater drukt uit hoeveel water (in mm) nog in de grond geborgen kan worden ten opzichte van een huidige natte situatie. Omdat dit per locatie zal verschillen, zijn geen verdere aannamen gedaan over hoe nat nog wenselijk is, of hoeveel water er gegeven de huidige afwateringsstructuur geborgen kan worden. Simpel gezegd, de kaart drukt uit hoeveel water je kwijt kan in de bodem, wanneer deze tot de rand (het maaiveld) gevuld kan worden.

  • Categories    

    De kaart toont de ligging van Nederlandse natuurgebieden, onderverdeeld naar grondwaterafhankelijkheid en de mogelijkheden voor wateraanvoer uit het hoofdwatersysteem. Allereerst zijn natte, grondwaterafhankelijke natuurgebieden (cat 1, cat 4 en overige natuur) onderscheiden van droge natuurgebieden. Daarna is bepaald wat de wateraanvoermogelijkheden zijn vanuit het hoofdwatersysteem. Rijkswaterstaat hanteert hiervoor de verdringingsreeks. Een deel van de Nederlandse natuurgebieden bevindt zich in categorie 1 van de verdringingsreeks: natuur gebonden aan bodemgesteldheid, waarbij watertekort tot onomkeerbare schade kan leiden. Dit zijn de veengebieden met hoofdfunctie natuur, waar wateraanvoer het natuurgebied ook daadwerkelijk kan bereiken. Natuurgebieden op veen die voor wateraanvoer niet bereikbaar zijn, zijn weergegeven als overige natuur. In deze gebieden biedt wateraanvoer vanuit het hoofdwatersysteem geen soelaas en is de beschikbaarheid van gebiedseigen water van groot belang. Natte natuur, waar bij watertekort geen onomkeerbare schade optreedt, valt in categorie 4. Tenslotte is aangegeven of de gebieden een beschermde status hebben. Natura2000 betreft het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden, de overige gebieden zijn geclassificeerd niet-Natura2000. Uitgebreide toelichting In Nederland zijn grofweg vijf typen natuur te onderscheiden: 1. Hoge zandgronden met bossen en droge heide 2. Natte natuur met hoge waterpeilen zoals het IJsselmeer, de weerribben en oppervlaktewater- gevoede veenplassen. 3. Kwelafhankelijke natuur die veelal in beekdalen te vinden is. 4. Overstromende natuur, zoals de uiterwaarden in het rivierengebied. 5. Duinen en stranden Kwelafhankelijke natuur is gebonden aan hoge grondwaterstanden en grondwater met een specifieke chemische samenstelling (basen rijk en niet verontreinigd). De kwelafhankelijke natuurgebieden zijn voornamelijk te vinden in beekdalen, maar ook in andere gebieden waar sprake is van een kwelsituatie, zoals bijvoorbeeld langs de Hondsrug, de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe wordt de natuur beïnvloed door het grondwater. Andere systemen die sterk afhankelijk zijn van de grondwatersituatie zijn hoogvenen en vennen. Ook in de duinengebieden is de natuur vaak afhankelijk van specifieke beïnvloeding door grondwater. In veel kwelafhankelijke natuur is sprake van verdroging en verzuring door te lage grondwaterstanden in omliggend gebied (door drainage) of door grondwateronttrekkingen (Aggenbach, 2005, Witte et al. 2007). In terrestrische ecosystemen is vaak sprake van vermesting door te voedselrijk grondwater. Al deze knelpunten leiden tot afname van de biodiversiteit (Aggenbach, 2005, Witte et al. 2007). Meerdere ecosysteemdiensten maken gebruik van dezelfde watervoorraad. Voor natte natuurgebieden en waternatuur (beken en kreken) is het van belang dat voldoende water van goede kwaliteit aanwezig is. Beschikbare grondwatervoorraden spelen hierin een cruciale rol, niet alleen voor de levering van voldoende water, maar ook van de juiste kwaliteit. De capaciteit van deze voorraden neemt af door gebruik voor andere ecosysteemdiensten, zoals onttrekkingen voor irrigatie en drinkwater (figuur 1). Ook andere ontwikkelingen die ingrijpen op de grondwaterstanden en stijghoogten, zoals toename van drainage in landbouwgebieden, kunnen van grote beperkende invloed zijn op kwelafhankelijke natuur. In tijden van watertekort hanteert Rijkswaterstaat de verdringingsreeks om te bepalen hoe het oppervlaktewater uit de rijkswateren wordt verdeeld over verschillende watervragers. Een deel van de Nederlandse natuurgebieden bevindt zich in categorie 1 van de verdringingsreeks: natuur gebonden aan bodemgesteldheid) omdat watertekort tot onomkeerbare schade kan leiden. Overige natte natuur valt in categorie 4. Voorwaarde is uiteraard dat het aangevoerde oppervlaktewater de gebieden daadwerkelijk kan bereiken. Voor verdeling van het grondwater ontwikkelen waterschappen beleid. De natuurgebieden leveren vervolgens zelf ook weer belangrijke ecosysteemdiensten. Goed functionerende terrestrische natuur-gebieden zoals categorie 1 en 3 hebben over het algemeen een hoge biodiversiteit aan bacteriën en schimmels. Deze variatie in bodemleven is in sterke mate bepalend voor het optimaal functioneren van de biochemische cycli en het reinigend vermogen van de bodem (o.a. Rutgers e.a. 2007). Bossen op de hogere zandgronden (categorie 1) dragen door hun verdamping bij aan een goede temperatuurregulatie. Niet ontwaterde natuurgebieden op de hogere zandgronden (categorie 1) vormen belangrijke aanvullingsgebieden voor het diepere grondwater.

  • Categories  

    Zoet oppervlaktewater wordt gebruikt voor een aantal doeleinden, waaronder voor drinkwater en industrie. Voor deze watervraag is binnen ‘Deltaprogramma zoet water’ bepaald wat de totale hoeveelheid water is die aangevoerd kan worden en wat het uiteindelijke tekort aan zoet water voor dit doeleinde is. De resultaten kunnen gepresenteerd worden voor 5 deelgebieden waarin Nederland is verdeeld in de sommen die DP Zoetwater heeft laten uitvoeren. (getallen in m3/zomerhalfjaar).

  • Categories  

    De kaart geeft de belangrijkste kranen van het hoofdwatersyteem weer. Dit zijn: -De punten water waar verdeeld wordt over het hoofdwatersysteem (sluizen, stuwen, en overlaten) -De punten waar water vanuit het hoofdwatersysteem het regionale systeem ingelaten wordt -De punten waar water vanuit het regionale systeem op het hoofwatersysteem geloosd wordt.