2014
Type of resources
Metadata standard
Topics
Provided by
Years
status
Scale
Resolution
-
Deze kaart geeft aan bij welke winningen nitraat als potentiële of actuele probleemstof is aangetroffen. De kaart is gebaseerd op informatie uit de gebiedsdossiers voor drinkwaterwinningen. Nitraat vormt een probleem voor grondwaterwinningen, niet voor oppervlaktewaterwinningen. Nitraat komt met name in het grondwater terecht via water dat uitspoelt uit de wortelzone van landbouwgronden. Door denitrificatie kan nitraat worden afgebroken. Als hierbij pyrietoxidatie optreedt, kunnen ook het sulfaatgehalte alsmede de gehalten aan zware metalen zoals bijvoorbeeld nikkel toenemen. Ook de hardheid kan hierdoor toenemen.
-
Deze kaart geeft de ligging aan van de boringsvrije zones rondom drinkwaterwinningen. Deze zones zijn ingesteld om te voorkomen dat afsluitende lagen in de ondergrond (bijvoorbeeld klei- of leemlagen) worden doorboord. Deze lagen bieden bij kwetsbare winningen een extra bescherming tegen het uitspoelen van verontreinigingen naar het diepere grondwater dat bestemd is voor drinkwaterproductie. Naast deze lokale boringsvrije zones rondom winningen zijn er ook een aantal regionale boringsvrij zones weergegeven op deze kaart. Een voorbeeld hiervan is de Centrale Slenk. Dit gebied van Horsten en Slenken wordt beschermd met een broingsvrije zone vanwege zijn status als aardkundig monument.
-
Deze kaart geeft aan bij welke winningen chloride als potentiële of actuele probleemstof is aangetroffen. De kaart is gebaseerd op informatie uit de gebiedsdossiers voor drinkwaterwinningen. In een gebiedsdossier van een winning worden door de betrokken partijen (gemeente, provincie, drinkwaterbedrijf en waterbeheerder) huidige en toekomstige risico’s voor de waterkwaliteit geïnventariseerd. Deze risico’s kunnen zowel inhoudelijk als beleidsmatig van aard zijn. In de gebiedsdossiers worden ook mogelijke maatregelen geïdentificeerd waarover de partijen in een volgende fase afspraken maken. Ook geven de regiehouders vorm aan het proces van afspraken maken en bewaken zij de voortgang van de uitvoering van maatregelen zoals die zijn afgesproken.
-
Wat ziet u: de trend in de gemiddelde nitraatconcentratie in de bovenste meter van het grondwater in natuurgebieden voor de periode 1989-2014. De kaart toont de daling (in %) in nitraatconcentratie per locatie tussen 1989 en 2014 (een groen/geel bolletje: nitraat is gedaald; een rood/paars bolletje: nitraat is gestegen). De enige input van N en S in deze gebieden vindt plaats via de lucht, via atmosferische depositie. Door (inter)nationale maatregelen zijn N en S emissies en deposities afgenomen en dit is terug te zien in de trends in het grondwater in natuurgebieden. De kaart is gebaseerd op metingen van het TrendMeetnet Verzuring. Op 150 locaties in Nederland, met name in bos/heide-gebieden op zand, zijn monsters genomen van de bovenste meter van het grondwater. De locaties zijn in de periode 1989-2014 6 maal bemonsterd.
-
De kaart toont de ligging van de drinkwaterwinningen uit grondwater in Nederland en de herkomst van het opgepompte water in de vorm van stroombanen. De stroombanen zijn routes die waterdeeltjes afleggen door de ondergrond. De kleur van de stroombanen geeft de reistijd aan. Uitgebreidere toelichting Circa 60 % van het drinkwater in Nederland wordt bereid uit grondwater. Het overige drinkwater wordt bereid uit oppervlaktewater. De keuze voor grond- of oppervlaktewater als bron voor drinkwater wordt veelal bepaald door de beschikbaarheid en de kwaliteit van het grondwater in de betreffende regio. Grondwater wordt beschouwd als aantrekkelijke bron voor drinkwater omdat het constant is van kwaliteit en minder dan oppervlaktewater is beïnvloed door menselijk handelen. Voor de bereiding van drinkwater uit grondwater volstaat veelal een eenvoudige zuivering, bestaande uit beluchting en zogenoemde snelfiltratie middels zandbedden (Broers en Lijzen, 2013). Meerdere ecosysteemdiensten maken gebruik van dezelfde watervoorraad. De beschikbaarheid van voldoende, niet verontreinigd water is de basisvoorwaarde voor het gebruik van grondwater als bron voor drinkwater. De capaciteit van deze voorraad neemt af door drinkwateronttrekkingen, waardoor deze ook voor andere ecosysteemdiensten, zoals irrigatiewater, water voor industrie, water voor waterafhankelijke natuurgebieden en watervoerendheid en waterkwaliteit van beken, afneemt (figuur 1 en 2). Ook andere activiteiten, waardoor water verontreinigd raakt (en verontreinigingen uit het verleden), zetten deze ecosysteemdienst onder druk. Enkele voorbeelden zijn: het toepassen van meststoffen en bestrijdingsmiddelen, het infiltreren van oppervlaktewater, lekkage van rioleringen en industriële activiteiten waarbij stoffen in de ondergrond kunnen infiltreren (diffuse verontreinigingen). De uitgangspunten van het beleid zijn vastgelegd door de rijksoverheid. Provincies geven hier nadere invulling aan in hun provinciale plannen en verordeningen. Provincies zijn niet verplicht een grondwaterbeschermingsgebied rondom een winning in te stellen, maar in de praktijk is dit bijna altijd wel het geval. Dit beschermingsbeleid richt zich op het voorkomen van nieuwe verontreinigingen en niet op het aanpakken van bestaande verontreinigingen. Het provinciale beleid richt zich met name op het voorkomen van verontreinigingen uit stedelijke en industriële bronnen en calamiteiten en niet zozeer op reguliere landbouwactiviteiten. In het huidige beleid gelden bijvoorbeeld geen extra restricties voor het uitrijden van mest. Voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn soms provinciaal, soms op lokaal niveau specifieke afspraken gemaakt (Vander Grift en Broers, 2005, Van den Brink et al. 2008). De wet bodembescherming (Wbb) regelt in principe het voorkómen van verontreinigingen en aanpak van bodemverontreinigingen door de veroorzakers ervan. De wet heeft in de huidige praktijk echter geen invloed op verontreinigingen van reguliere landbouwactiviteiten. Recent (maart 2013) oordeelde het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem echter wel tot een last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 13 Wbb door een agrariër wegens verontreiniging door mest op het eigen erf (Van der Veen en Hoekstra, 2014). Vanaf 2000 is ook het regime van de Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) en de Grondwaterrichtlijn (2006/118/EG) van toepassing op de bescherming van waterlichamen voor menselijke consumptie. Voor de Kaderrichtlijn Water zijn van alle kwetsbare drinkwaterwinningen gebiedsdossiers opgesteld welke de toestand en eventuele bedreigingen van de winning beschrijven. Indien hier maatregelen uit voortkomen (aanpak danwel monitoring) worden deze vastgelegd in de komende stroomgebiedsbeheerplannen. Drinkwater zelf wordt gereguleerd middels de Europese Drinkwaterrichtlijn (98/83/EG). Deze is in Nederland geïmplementeerd in de Drinkwaterwet, het Drinkwaterbesluit en de Drinkwaterregeling (allen: 2011). De herkomst van water voor de drinkwaterwinningen wordt berekend met het NHI versie 3.0 (stationaire berekening).
-
Waterzuivering van de ondergrond gaat over verschillende aspecten en processen; denitrificatie, mobilisatie van metalen in het grondwatercompartiment en uitspoeling van metalen uit de bodem, biologische afbraak van verontreinigingen (bijv. olieverontreinigingen), afbraak van microbiologische verontreinigingen (bijv. virussen). Voor deze kaart kiezen we als voorbeeld van ‘waterzuivering van de ondergrond’ de potentie voor denitrificatie. De redoxtoestand van het grondwater geeft een eerste aanwijzing voor de potentie voor denitrificatie. De kaart is een landsdekkende puntenkaart die de gemiddelde redoxtoestand (in de tijd) in de bovenste filter van de grondwaterputlocatie weergeeft. De grondwatermonsters zijn ingedeeld in 4 klassen: • Aeroob en/of nitraathoudend grondwater, • Mix grondwater met nitraat en ijzer; • Anaeroob grondwater (gunstig voor denitrificatie); • Sterk anaeroob grondwater (gunstig voor denitrificatie); De criteria voor de indeling van de grondwatermonsters op redoxklasse staan beschreven (Vermooten et al., 2006) waarbij voor de leesbaarheid is gekozen om de categorie SO4-reducerend grondwater en SO4-gereduceerd/methanogeen grondwater samen te nemen in de categorie ‘Sterk anaeroob grondwater’. Daarnaast is hieronder een extra puntenkaart toegevoegd die de pH weergeeft voor dezelfde filters. De pH is een eerste aanwijzing van de mate waarin sporenelementen (bijv. zware metalen) wel of niet mobiel zijn. Het kan gaan om metalen die uit de bodem uitspoelen en om metalen die in het grondwatercompartiment gemobiliseerd raken bij bijvoorbeeld pyrietoxidatie.
-
Deze kaart geeft een overzicht van kansrijke maatregelen, verspreid over Nederland, om de bergingscapaciteit van de ondergrond te benutten. De bergingscapaciteit voor water in de ondergrond biedt veel mogelijkheden, zowel ten behoeve van zoetwatervoorziening tijdens droge perioden als voor het opvangen van neerslag- en hoogwaterpieken. De ondergrond werkt in beide gevallen regulerend, als een buffer, om het effect van extreme klimatologische omstandigheden op te vangen en te verkleinen. De ecosysteemdienst die de ondergrond biedt is in dit geval het vasthouden van gebiedseigen water in bovenstroomse gebieden. Dit wordt ook wel bergen aan de bron genoemd. Voor perioden van droogte biedt benutting van de bergingscapaciteit mogelijkheden voor de zoetwatervoorziening, doordat het geborgen water langere tijd beschikbaar blijft, zowel voor onttrekkingen (drinkwater, beregeningswater, proceswater), als via grondwaterstroming. Dit laatste leidt tot een constantere voeding van natte (kwelafhankelijke) natuurgebieden. Voor een selectie van zeven waterregulerende maatregelen (afkomstig uit de Fresh Water Options Optimzer; Van Bakel e.a., 2014) zijn de inlvoed van de fysische eigenschappen van de ondergrond in kaart gebracht. Een 8e maatregel is daar later aan toegevoegd (zie verderop in de toelichting) Het gaat om de volgende maatregelen: (1) drains2buffer - aanleg van dieper gelegen, regeblare drains in gebieden met dunne regenwaterlenzen in zoute kwelgebieden met als doel verdikking van de zoetwaterlens. (2) regelbare drainage - vervanging traditionele drainage door regelbare en/of klimaatadaptieve drainage. (3) kreekruginfiltratie – verhoging van de grondwaterstand door actieve infiltratie via drains. (4) freshmaker – injectie van zoet water in zoute watervoerende pakketten middels horizontale putten. In tijden van schaarste wordt het zoete water teruggewonnen. Injectie (op 5 – 10m diepte) wordt gecombineerd met onttrekking van zout water op een iets grotere diepte (15 – 20m) om de zoetwaterbel op zijn plek te houden. (5) verticale ASR – Aquifer Storage and recovery – injectie van zoetwater tijdens perioden van overschot middels een verticale put en onttrekking van datzelfde water via diezelfde put in tijden van schaarste. (6) waterconservering door aanleg van stuwen die zowel het oppervlaktewater als het grondwaterpeil verhogen. (7) waterconservering door slootbodemverhoging (figuur 1) die de drainagebasis verhoogt (8) MAR – Managed Aquifer Recharge – actieve infiltratie bij overschot; terugwinning middels pompen of via natuurlijke wegen benedenstrooms als voeding voor beeksystemen en andere natte natuurgebieden.
-
Deze kaart geeft aan bij welke winningen emerging substances als potentiële of actuele probleemstof zijn aangetroffen. Tot de stofgroep 'emerging substances’ zijn nieuwe en nog niet genormeerde stoffen gerekend. Het gaat dan bijvoorbeeld om hormonen, geneesmiddelen en industriële stoffen zoals DTPA en EDTA. De kaart is gebaseerd op informatie uit de gebiedsdossiers voor drinkwaterwinningen. In een gebiedsdossier van een winning worden door de betrokken partijen (gemeente, provincie, drinkwaterbedrijf en waterbeheerder) huidige en toekomstige risico’s voor de waterkwaliteit geïnventariseerd. Deze risico’s kunnen zowel inhoudelijk als beleidsmatig van aard zijn. In de gebiedsdossiers worden ook mogelijke maatregelen geïdentificeerd waarover de partijen in een volgende fase afspraken maken. Ook geven de regiehouders vorm aan het proces van afspraken maken en bewaken zij de voortgang van de uitvoering van maatregelen zoals die zijn afgesproken.
-
De kaart geeft een beeld van de opnamepunten voor drinkwater uit het oppervlaktewater. Een onderscheid wordt gemaakt tussen punten waar het direct uit het oppervlaktewater wordt opgenomen en punten waar het water via oeverfiltratie opgenomen wordt (kunstmatige infiltratie van rivierwater door grindlagen of andere doorlatende lagen dicht bij de oever met het doel de waterkwaliteit te verbeteren).
-
Op de kaart ziet u hoeveel mensen na een tekenbeet met een rode vlek of ring op de huid door de huisarts zijn gezien in 2014. Dit is een eerste symptoom van de ziekte van Lyme. In de rode gebieden zijn de meeste gevallen gemeld.