From 1 - 10 / 34
  • Categories  

    Water kan op veel plekken geborgen worden. In dit bestand wordt de afvoermogelijkheid door de grote rivieren in beeld gebracht. Het bestand geeft de maximale afvoercapaciteit van de Rijntakken waarop de zogenaamde Maatgevende Hoogwaterstanden (MHW) zijn gebaseerd. Het geeft dus aan welke hoeveelheid water er maximaal veilig door de rivieren afgevoerd zou moeten kunnen worden. Het geeft een beeld van de verdeling (in m3/s per tak)zoals die verdeeld wordt bij een afvoer van 16.000 m3/s bij Lobith. Het is niet gelijk aan de echt maximale afvoercapaciteit op elk punt op de rivieren. In werkelijkheid moet ook rekening gehouden worden met zijdelingse toestroom vanuit het regionale systeem op de rivieren. Deze zorgt ervoor dat de afvoer lokaal hoger kan zijn.

  • Categories  

    Water kan op veel plekken geborgen worden. Dit bestand geeft een beeld van de Waterberging in grote meren, waarmee de maximale bergingscapaciteit van de grote oppervlaktewateren bedoeld wordt. Deze is in beeld gebracht in m3 voor verschillende peilopzetten. De extra bergingscapaciteit wordt weergegevenbij een peilopzet van 10cm, 20cm en 30cm.

  • Categories    

    De kaart toont de ligging van Nederlandse natuurgebieden, onderverdeeld naar grondwaterafhankelijkheid en de mogelijkheden voor wateraanvoer uit het hoofdwatersysteem. Allereerst zijn natte, grondwaterafhankelijke natuurgebieden (cat 1, cat 4 en overige natuur) onderscheiden van droge natuurgebieden. Daarna is bepaald wat de wateraanvoermogelijkheden zijn vanuit het hoofdwatersysteem. Rijkswaterstaat hanteert hiervoor de verdringingsreeks. Een deel van de Nederlandse natuurgebieden bevindt zich in categorie 1 van de verdringingsreeks: natuur gebonden aan bodemgesteldheid, waarbij watertekort tot onomkeerbare schade kan leiden. Dit zijn de veengebieden met hoofdfunctie natuur, waar wateraanvoer het natuurgebied ook daadwerkelijk kan bereiken. Natuurgebieden op veen die voor wateraanvoer niet bereikbaar zijn, zijn weergegeven als overige natuur. In deze gebieden biedt wateraanvoer vanuit het hoofdwatersysteem geen soelaas en is de beschikbaarheid van gebiedseigen water van groot belang. Natte natuur, waar bij watertekort geen onomkeerbare schade optreedt, valt in categorie 4. Tenslotte is aangegeven of de gebieden een beschermde status hebben. Natura2000 betreft het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden, de overige gebieden zijn geclassificeerd niet-Natura2000. Uitgebreide toelichting In Nederland zijn grofweg vijf typen natuur te onderscheiden: 1. Hoge zandgronden met bossen en droge heide 2. Natte natuur met hoge waterpeilen zoals het IJsselmeer, de weerribben en oppervlaktewater- gevoede veenplassen. 3. Kwelafhankelijke natuur die veelal in beekdalen te vinden is. 4. Overstromende natuur, zoals de uiterwaarden in het rivierengebied. 5. Duinen en stranden Kwelafhankelijke natuur is gebonden aan hoge grondwaterstanden en grondwater met een specifieke chemische samenstelling (basen rijk en niet verontreinigd). De kwelafhankelijke natuurgebieden zijn voornamelijk te vinden in beekdalen, maar ook in andere gebieden waar sprake is van een kwelsituatie, zoals bijvoorbeeld langs de Hondsrug, de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe wordt de natuur beïnvloed door het grondwater. Andere systemen die sterk afhankelijk zijn van de grondwatersituatie zijn hoogvenen en vennen. Ook in de duinengebieden is de natuur vaak afhankelijk van specifieke beïnvloeding door grondwater. In veel kwelafhankelijke natuur is sprake van verdroging en verzuring door te lage grondwaterstanden in omliggend gebied (door drainage) of door grondwateronttrekkingen (Aggenbach, 2005, Witte et al. 2007). In terrestrische ecosystemen is vaak sprake van vermesting door te voedselrijk grondwater. Al deze knelpunten leiden tot afname van de biodiversiteit (Aggenbach, 2005, Witte et al. 2007). Meerdere ecosysteemdiensten maken gebruik van dezelfde watervoorraad. Voor natte natuurgebieden en waternatuur (beken en kreken) is het van belang dat voldoende water van goede kwaliteit aanwezig is. Beschikbare grondwatervoorraden spelen hierin een cruciale rol, niet alleen voor de levering van voldoende water, maar ook van de juiste kwaliteit. De capaciteit van deze voorraden neemt af door gebruik voor andere ecosysteemdiensten, zoals onttrekkingen voor irrigatie en drinkwater (figuur 1). Ook andere ontwikkelingen die ingrijpen op de grondwaterstanden en stijghoogten, zoals toename van drainage in landbouwgebieden, kunnen van grote beperkende invloed zijn op kwelafhankelijke natuur. In tijden van watertekort hanteert Rijkswaterstaat de verdringingsreeks om te bepalen hoe het oppervlaktewater uit de rijkswateren wordt verdeeld over verschillende watervragers. Een deel van de Nederlandse natuurgebieden bevindt zich in categorie 1 van de verdringingsreeks: natuur gebonden aan bodemgesteldheid) omdat watertekort tot onomkeerbare schade kan leiden. Overige natte natuur valt in categorie 4. Voorwaarde is uiteraard dat het aangevoerde oppervlaktewater de gebieden daadwerkelijk kan bereiken. Voor verdeling van het grondwater ontwikkelen waterschappen beleid. De natuurgebieden leveren vervolgens zelf ook weer belangrijke ecosysteemdiensten. Goed functionerende terrestrische natuur-gebieden zoals categorie 1 en 3 hebben over het algemeen een hoge biodiversiteit aan bacteriën en schimmels. Deze variatie in bodemleven is in sterke mate bepalend voor het optimaal functioneren van de biochemische cycli en het reinigend vermogen van de bodem (o.a. Rutgers e.a. 2007). Bossen op de hogere zandgronden (categorie 1) dragen door hun verdamping bij aan een goede temperatuurregulatie. Niet ontwaterde natuurgebieden op de hogere zandgronden (categorie 1) vormen belangrijke aanvullingsgebieden voor het diepere grondwater.

  • Categories  

    De kaart geeft de potentiele biomassaproductie weer door macroalgen op het Nederlands Continentaal Plat (NCP). De maximale opbrengst van een locatie is afhankelijk van de algensoort op basis van verschilllende groei-indicatoren. De kaart geeft het resultaat van een eerste verkenning van de mogelijke maximale biomassaproductie van twee soorten macroalgen voor 8 locaties. De locaties betreffen locaties waar al offshore installaties aanwezig zijn of zijn gepland en die mogelijk gecombineerd kunnen worden met algenkweek. De kweek van macroalgen op zee kan een belangrijke bijdragen leveren aan de productie van eiwitten als bron van voedsel, van vetten als grondstof voor biobrandstof en een grondstof voor de chemie en de farmaceutische industrie. Daarnaast kan de productie van macroalgen bijdragen aan CO2-fixatie en aan waterzuivering waarbij onder andere een deel van de naar zee afgespoelde fosfaten opnieuw kunnen worden opgenomen en gebruikt. De economische haalbaarheid van offshore macro-algencultures is afhankelijk van de potentiele productie, de opbrengst en de productiekosten. De productie is onder meer afhankelijk van beschikbaarheid aan voedingsstoffen, lichtklimaat en hydrodynamische omstandigheden. Deze zijn niet uniform verspreid over het NCP. De productiekosten hangen onder andere samen met afstand tot de kust en de kosten van bouw en onderhoud van kweekfaciliteiten. Ook deze zijn per gebied verschillend.

  • Categories  

    Water kan op veel plekken geborgen worden. Op deze kaart worden de verschillende mogelijkheden in beeld gebracht. Het gaat om de volgende mogelijkheden: • Waterberging in grote meren waarmee de maximale bergingscapaciteit van de grote oppervlaktewateren bedoeld wordt. Deze is in beeld gebracht in m3 voor verschillende peilopzetten. • Waterberging op grote rivieren. Dit is in beeld gebracht door de Maatgevende Hoogwater (MHW) afvoeren te tonen (in m3/s) • Waterberging in meren en rivieren regionale watersysteem. Ook in het regionale systeem is in sloten en op meren ruimte om extra water te bergen (m3). Om die te bepalen zal per gebied een inschatting gemaakt moeten worden van de te accepteren verhoging van het waterpeil. Hierbij is uitgegaan van een peilopzet in dit systeem tot maximaal 20cm onder de hoogte van het omliggende maaiveld.

  • Categories  

    Waterzuivering vindt plaats via veel verschillende (chemische, fysische, biologische) processen. Het is niet mogelijk om dit in een indicator te vatten. Daarom wordt in deze kaart een aspect van zuivering uitgelicht, filtratie door Quaggamosselen. Deze mosselen hebben de laatste vijf jaar grote effecten op waterkwaliteit, inclusief het voorkomen van blauwalgenbloei. In deze kaart is weergegeven tot welke mate de waterkolom wordt gefilterd door mosselen. Bij hoge filtering is er sprake van substantiële invloed op waterkwaliteit en doorzicht. Deze kaart is samengesteld uit de werkelijke meetlocaties met behulp van kriging.

  • Categories  

    Zoet oppervlaktewater wordt gebruikt voor een aantal doeleinden, waaronder voor drinkwater en industrie. Voor deze watervraag is binnen ‘Deltaprogramma zoet water’ bepaald wat de totale hoeveelheid water is die aangevoerd kan worden en wat het uiteindelijke tekort aan zoet water voor dit doeleinde is. De resultaten kunnen gepresenteerd worden voor 5 deelgebieden waarin Nederland is verdeeld in de sommen die DP Zoetwater heeft laten uitvoeren. (getallen in m3/zomerhalfjaar).

  • Categories  

    De kaart geeft een beeld van de opnamepunten voor drinkwater uit het oppervlaktewater. Een onderscheid wordt gemaakt tussen punten waar het direct uit het oppervlaktewater wordt opgenomen en punten waar het water via oeverfiltratie opgenomen wordt (kunstmatige infiltratie van rivierwater door grindlagen of andere doorlatende lagen dicht bij de oever met het doel de waterkwaliteit te verbeteren).

  • Categories    

    De beschikbaarheid van zoet grond- en oppervlaktewater is van belang voor landbouw, industrie, drinkwater en natuur. Verzilting van het grond- en oppervlaktewater vindt plaats in het kustgebied van Nederland door indringing van zeewater via de grote rivieren en zoute kwel (het omhoog stromen van zout grondwater naar het oppervlak). Het ligt in de verwachting dat door de voorspelde klimaatverandering en toekomstige stijging van de zeespiegel, de zoute kwel en de zoutindringing vanuit de zee zal toenemen en de beschikbaarheid van zoet grond- en oppervlaktewater zal afnemen. Deze factsheet behandelt de beschikbaarheid van zoet oppervlaktewater. Oppervlaktewater Het oppervlaktewater in het Nederlandse kustgebied kan zout zijn door externe verzilting (indringing van zeewater via de grote rivieren en estuaria) en interne verzilting (door zoute kwel). Voor de grote oppervlaktewateren in het kustgebied zoals de rivieren, kanalen, estuaria, meren en plassen kan goed worden aangegeven of het zoet (licht brak) is of zout. Dit is in de kaart aangegeven. Echter, voor het stelsel aan tochten, waterlopen en sloten in polders is dit op dit moment niet mogelijk. Het zoutgehalte van deze kleinere oppervlaktewateren wordt bepaald door zoute kwel (interne verzilting), neerslagoverschot en inlaatwater en daardoor kunnen zoutgehaltes lokaal zeer sterk variëren. Ook in de tijd varieert het zoutgehalte sterk door dagelijkse veranderingen in bijdragen van neerslag en inlaatwater. Het inlaatwater is afkomstig van de grote rivieren en is over het algemeen zoet. Richting de kust kan het zoutgehalte in de rivieren toenemen door zeewater indringing. Het nationaal hydrologisch instrumentarium NHI kan op LSW-niveau (local surface waters zijn deelpoldersystemen en omvatten vaak meerdere peilvakken binnen een polder) het zoutgehalte van het oppervlaktewater berekenen rekening houdend met de hoeveelheid zoute kwel, inlaatwater en neerslagoverschot. Echter, op dit moment worden de laatste verbeteringen aan het NHI aangebracht en naar verwachting halverwege 2015 kunnen de genoemde NHI-resultaten worden gebruikt voor het bepalen van het zoutgehalte van de kleinere oppervlaktewateren. Er zijn metingen van het zoutgehalte van het oppervlaktewater bij waterschappen beschikbaar maar de verwachte inspanning is momenteel te groot om hier een landsdekkende kaart van te maken. In deze versie wordt volstaan met het aangeven van het zoutgehalte van de grote oppervlaktewateren zoals boven besproken. Tevens wordt voor het hoge deel van Nederland (maaiveld > +0.5 m NAP) het regionale en lokale oppervlaktewater aangeduid met zoet omdat hier geen sprake is van interne verzilting. Voor laag-Nederland (maaiveld < +0.5 m NAP) kan het regionale en lokale oppervlaktewater brak of zout zijn en dit wordt nader bepaald met NHI (halverwege 2015) en aangevuld op de kaart. Een indicatie van het zoutgehalte voor deze gebieden kan al wel worden verkregen door te kijken naar de zoet grondwater beschikbaarheidskaart. Namelijk, de kans op interne verzilting (door zoute kwel) is het grootst voor de gebieden met een ondiep zoet-brak grondwater grensvlak. Definities: Chloride is een conservatieve stof die relatief veel bemeten is t.o.v. andere stoffen en is de dominante representant voor het zoutgehalte van water. Definities van zoet, brak en zout water zijn daarom gebaseerd op chloride concentratie. Klasse - Chloride concentratie (mg Cl /L) Zoet < 1000 Brak 1000 – 3000 Zout > 3000

  • Categories  

    Water kan op veel plekken geborgen worden. In dit bestand wordt de afvoermogelijkheid door de grote rivieren in beeld gebracht. Dit wordt geschouwd als de maximale hoeveelheid die veilig geborgen kan worden in de grote rivieren. Het bestand geeft de maximale afvoercapaciteit van de Rijntakken en Maas waarop de zogenaamde Maatgevende Hoogwaterstanden (MHW) zijn gebaseerd. Het geeft dus aan welke hoeveelheid water er maximaal veilig door de rivieren afgevoerd zou moeten kunnen worden. Het geeft een beeld van de verdeling (in m3/s per tak) zoals die verdeeld wordt bij een afvoer van 16.000 m3/s bij Lobith en 3.800 m3/s bij Eijsden. Het is niet gelijk aan de echt maximale afvoercapaciteit op elk punt op de rivieren. In werkelijkheid moet ook rekening gehouden worden met zijdelingse toestroom vanuit het regionale systeem op de rivieren. Deze zorgt ervoor dat de afvoer lokaal hoger kan zijn.