From 1 - 10 / 40
  • Categories  

    Ruwe ongevalideerde glijdende 24-uurswaarden fijn stof (PM10) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Stof is een verzamelnaam voor alle deeltjes, die in de lucht zweven. Als de diameter van de deeltjes kleiner is dan 10 micrometer dan wordt er gesproken van fijn stof. Fijn stof heeft vele bronnen en worden ook gevormd door chemische reacties in de lucht. De wettelijke norm is een jaargemiddelde van 40 microgram per kubieke meter. Daarnaast mag het daggemiddelde jaarlijks maximaal 35 keer hoger zijn dan 50 microgram per kubieke meter. Fijn stof heeft effect op de menselijke gezondheid. Ook onder de wettelijke normen.

  • Categories    

    Deze dataset bevat de emissies en afvalstromen vanuit de belangrijkste industriële faciliteiten in Nederland zoals deze met het elektronisch Milieujaarverslag worden verzameld in het kader van de Europese E-PRTR verplichting door RIVM aan de Europese Unie worden gerapporteerd. Het bevoegd gezag (provincie, gemeente, waterschap, omgevingsdienst etc.) van het bedrijf heeft vooraf de emissies en afvalstromen gevalideerd. Deze dataset betreft emissies naar de lucht en naar het oppervlaktewater. In beide gevallen gaat het om jaarvrachten.

  • Categories  

    Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van wegverkeer op wegen waar harder gereden mag worden dan 50 kilometer per uur.

  • Categories    

    Deze dataset toont de jaargemiddelde concentraties van stoffen in het drinkwater opgenomen per drinkwaterpompstation. De metingen zijn uitgevoerd door de drinkwaterbedrijven daar waar het drinkwater na zuivering het pompstation verlaat. Alleen de meetresultaten boven de detectiegrens zijn weergegeven. De dataset bevat de metingen van 2013 tot heden.

  • Categories    

    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.

  • Categories    

    Elke vier jaar rapporteert Nederland aan de Europese Unie over de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater in ons land. Dit heet de Nitraatrapportage en is een verplichting vanuit de Europese Nitraatrichtlijn. Het rapport beschrijft ontwikkelingen in het mestbeleid, veranderingen in de landbouwpraktijk en het effect daarvan op de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater. De Nitraatrapportage 2024 verscheen op 28 november 2024. Alle EU-lidstaten leveren ook hun data over de waterkwaliteit aan de Europese Commissie. Het RIVM doet dit namens Nederland. Voor de Nitraatrapportage zijn gegevens uit verschillende bronnen gebruikt. Het betreft data van de landbouwpraktijk, data van meetnetten voor de waterkwaliteit en data van de Emissieregistratie. Op de website van de Nitraatrapportage (zie link) wordt onder het uitklapscherm ‘Gegevens uit verschillende bronnen’ beschreven welke informatie is opgenomen in de Nitraatrapportage. Voor de Nitraatrapportage 2028 streven we ernaar om de metadata van alle brondata te ontsluiten. Voor de HVD verplichting is op 9 februari 2025 een gedeelte van de brondata van de Nitraatrapportage ontsloten via metadata records. Dit betreft op dit moment uitsluitend de data van het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG). De brondata van het LMG staat op het opendata platform Zenodo, zie de link opgenomen in dit metadatarecord. Indien het gewenst is om de LMG data te bekijken wordt aangeraden om data te downloaden van Zenodo. De resultaten van het LMG zijn gepubliceerd als het aandeel stikstof van nitraat (NO3-N). Voor het weergeven van de resultaten in mg/L nitraat, moeten deze concentraties daarom eerst worden omgerekend. De data is volgens HVD verplichting ook opgenomen als wms en wfs. De wms en wfs bestanden zijn per jaar beschikbaar gesteld. Hierdoor kan het voorkomen dat niet elke put in elke wms of wfs is opgenomen. Het LMG heeft een meetcyclus van één keer per vier jaar. Dat betekent dat elke grondwaterput minimaal één keer per vier jaar wordt bemonsterd, dat kan ook vaker zijn, maar niet vaker dan één keer per jaar. Op het opendata platform Zenodo is een werkbeschrijving opgenomen waarin precies staat beschreven welke werkstappen er zijn uitgevoerd om van de LMG brondata naar de gepubliceerde data in de Nitraatrapportage te komen.

  • Categories    

    Locaties van alle ziekenhuizen in Nederland (algemene en academische ziekenhuizen inclusief de buitenpoliklinieken). Het betreft de situatie van september 2013. Het bestand bestaat uit een locatienaam, organisatienaam en adresgegevens.

  • Categories    

    Emissies naar het riool vanuit de industrie worden via het e-MJV (elektronisch Milieujaarverslag) gerapporteerd wanneer bedrijven bepaalde drempelwaarden overschrijden, zoals vastgelegd in het EPRTR-protocol (European Pollutant Release and Transfer Register). Bij lozingen op het riool gaat het om stoffen die via industriële processen in het bedrijfsafvalwater terechtkomen en via het gemeentelijk riool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) worden afgevoerd. Bedrijven moeten deze emissies rapporteren als ze onder de reikwijdte van de E-PRTR-verordening vallen én als de emissies van bepaalde stoffen boven de rapportagedrempels uitkomen.

  • Categories    

    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.

  • Categories    

    Voor het Integraal PRTR-verslag (PRTR) moeten bedrijven, wanneer zij de drempelwaarden overschrijden, rapporteren hoeveel afval zij hebben afgevoerd, en op welke wijze dit afval is verwerkt (afvoer binnen Nederland of naar het buitenland, en of het nuttig is toegepast of verwijderd). Deze verplichting geldt voor bedrijven die onder de reikwijdte van Annex I van de E-PRTR-verordening vallen.