From 1 - 9 / 9
  • Categories  

    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.

  • Categories  

    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.

  • Categories    

    Op de kaart ziet u hoeveel bruine ratten als bijvangst zijn gevangen per gewerkt uur in 2018. De resultaten worden weergegeven in 5x5 km hokken, zogeheten uurhokken. Ratten kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden (zoönosen). Het monitoren van de verspreiding van ratten is belangrijk om volksgezondheidsrisico’s in te schatten. Daarnaast kunnen door de monitoring bestrijdingsmaatregelen tegen ratten worden geëvalueerd.

  • Categories    

    Op de kaart ziet u het aantal baby’s (0-4 maanden) per km2 dat in oudere woningen woont en daardoor mogelijk aan meer lood staat blootgesteld. Vóór 1945 zijn in woningen vooral loden drinkwaterleidingen aangelegd. Ongeveer vanaf 1960 is hiermee gestopt. De drinkwaterbedrijven hebben de waterleidingen buitenshuis in de periode 1995-2002 merendeels vervangen. Voor leidingen binnenshuis zijn huiseigenaren zelf verantwoordelijk. In oudere panden bestaat daarom de kans dat er nog loden leidingen aanwezig zijn.

  • Categories    

    Op de kaart ziet u het aantal kinderen (2-6 jaar) per km2 dat in oudere woningen woont en daardoor mogelijk aan meer lood staat blootgesteld. Vóór 1945 zijn in woningen vooral loden drinkwaterleidingen aangelegd. Ongeveer vanaf 1960 is hiermee gestopt. De drinkwaterbedrijven hebben de waterleidingen buitenshuis in de periode 1995-2002 merendeels vervangen. Voor leidingen binnenshuis zijn huiseigenaren zelf verantwoordelijk. In oudere panden bestaat daarom de kans dat er nog loden leidingen aanwezig zijn.

  • Categories    

    Op de kaart ziet u het aantal kinderen per km2 dat in oudere kinderdagverblijven verblijft en daardoor mogelijk aan meer lood staat blootgesteld. Vóór 1945 zijn in panden vooral loden drinkwaterleidingen aangelegd. Ongeveer vanaf 1960 is hiermee gestopt. De drinkwaterbedrijven hebben de waterleidingen buitenshuis in de periode 1995-2002 merendeels vervangen. Voor leidingen binnenshuis zijn huiseigenaren zelf verantwoordelijk. In oudere panden bestaat daarom de kans dat er nog loden leidingen aanwezig zijn.

  • Categories  

    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.

  • Categories    

    Op de kaart ziet u het aantal kinderen per km2 dat in oudere basisscholen verblijft en daardoor mogelijk aan meer lood staat blootgesteld. Vóór 1945 zijn in panden vooral loden drinkwaterleidingen aangelegd. Ongeveer vanaf 1960 is hiermee gestopt. De drinkwaterbedrijven hebben de waterleidingen buitenshuis in de periode 1995-2002 merendeels vervangen. Voor leidingen binnenshuis zijn huiseigenaren zelf verantwoordelijk. In oudere panden bestaat daarom de kans dat er nog loden leidingen aanwezig zijn.

  • Categories  

    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.