vector
Type of resources
Metadata standard
Topics
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Scale
-
Locaties van alle ziekenhuizen in Nederland (algemene en academische ziekenhuizen inclusief de buitenpoliklinieken). Het betreft de situatie van september 2013. Het bestand bestaat uit een locatienaam, organisatienaam en adresgegevens.
-
Elke vier jaar rapporteert Nederland aan de Europese Unie over de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater in ons land. Dit heet de Nitraatrapportage en is een verplichting vanuit de Europese Nitraatrichtlijn. Het rapport beschrijft ontwikkelingen in het mestbeleid, veranderingen in de landbouwpraktijk en het effect daarvan op de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater. De Nitraatrapportage 2024 verscheen op 28 november 2024. Alle EU-lidstaten leveren ook hun data over de waterkwaliteit aan de Europese Commissie. Het RIVM doet dit namens Nederland. Voor de HVD verplichting is op 9 februari 2025 een gedeelte van de brondata van de Nitraatrapportage ontsloten via metadata records. Dit betreft op dit moment uitsluitend de data van het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG). De brondata van het LMG staat op het opendata platform Zenodo, zie de link opgenomen in dit metadatarecord. Indien het gewenst is om de LMG data te bekijken wordt aangeraden om data te downloaden van Zenodo. De resultaten van het LMG zijn gepubliceerd als het aandeel stikstof van nitraat (NO3-N). Voor het weergeven van de resultaten in mg/L nitraat, moeten deze concentraties daarom eerst worden omgerekend. De data is volgens HVD verplichting ook opgenomen als wms en wfs. De wms en wfs bestanden zijn per jaar beschikbaar gesteld. Hierdoor kan het voorkomen dat niet elke put in elke wms of wfs is opgenomen. Het LMG heeft een meetcyclus van één keer per vier jaar. Dat betekent dat elke grondwaterput minimaal één keer per vier jaar wordt bemonsterd, dat kan ook vaker zijn, maar niet vaker dan één keer per jaar. Op het opendata platform Zenodo is een werkbeschrijving opgenomen waarin precies staat beschreven welke werkstappen er zijn uitgevoerd om van de LMG brondata naar de gepubliceerde data in de Nitraatrapportage te komen.
-
In deze dataset zijn de jaargemiddelde concentraties van stoffen in het drinkwater opgenomen per drinkwaterpompstation. De metingen zijn uitgevoerd door de drinkwaterbedrijven daar waar het drinkwater na zuivering het pompstation verlaat. Alleen de meetresultaten boven de detectiegrens zijn weergegeven.
-
Deze dataset bevat de jaargemiddelde cijfers van het Nationaal Meetnet Radioactiviteit van het RIVM zoals in het kader van het EURATOM verdrag verzameld. De data is op diverse meetlocaties verspreid over Nederland gemeten.
-
Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.
-
Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking dat ernstig gehinderd is door geluid van wegverkeer op wegen waar harder gereden mag worden dan 50 kilometer per uur.
-
Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.
-
Bevat de emissies van stoffen naar de lucht en het brandstofverbruik van de grote vuurhaarden in Nederland (Large Combustion Plants) over het rapportagejaar 2016.
-
Ruwe ongevalideerde uurwaarden stikstofdioxide (NO2) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwalteit (LML). Stikstofdioxide is een bruin gas. Blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) hangt samen met een verminderde longfunctie, een toename van luchtwegklachten en astma-aanvallen en een verhoogde gevoeligheid voor infecties. De concentratie van stikstofdioxide (NO2) in Nederland neemt toe vanuit het noorden naar het zuiden. Verkeer is een belangrijke bron van stikstofdioxide. Langs drukke verkeerswegen in vooral de Randstad en het zuiden van Nederland wordt de wettelijke norm (40 microgram/m3 gemiddeld over een jaar) overschreden. Daarnaast ontstaat NO2 uit een reactie tussen stikstofmonoxide en ozon. Het weer en de verkeersdrukte hebben grote invloed op de concentratie.
-
Conform de Europese richtlijn 2008/50/EG is Nederland verdeeld in diverse zones en agglomeraties. Dit zijn gebieden waarbinnen de luchtkwaliteit grofweg van dezelfde kwaliteit is. Zo is Nederland verdeeld in drie zones en zes agglomeraties (Mooibroek et al., 2014). Voor elke zone en agglomeratie, waar metingen de enige bron van informatie zijn, moet de minimale meetinspanning vastgesteld worden. Deze meetinspanning is afhankelijk van de heersende concentraties en het inwoneraantal van de zone/agglomeratie.
RIVMdata