From 1 - 10 / 41
  • Categories    

    Deze dataset bevat de jaargemiddelde cijfers voor de in de EU-richtlijn 2008/50/EG verplichte componenten voor het kalenderjaar 2012. Deze gegevens zijn gemeten door het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM op diverse meetlocaties verspreid over Nederland. Naast het jaargemiddelde van de diverse componenten per meetlocatie wordt er ook informatie weergegeven over het aantal metingen waarop dit jaargemiddelde is berekend.

  • Categories  

    Ruwe ongevalideerde uurwaarden stikstofdioxide (NO2) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwalteit (LML). Stikstofdioxide is een bruin gas. Blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) hangt samen met een verminderde longfunctie, een toename van luchtwegklachten en astma-aanvallen en een verhoogde gevoeligheid voor infecties. De concentratie van stikstofdioxide (NO2) in Nederland neemt toe vanuit het noorden naar het zuiden. Verkeer is een belangrijke bron van stikstofdioxide. Langs drukke verkeerswegen in vooral de Randstad en het zuiden van Nederland wordt de wettelijke norm (40 microgram/m3 gemiddeld over een jaar) overschreden. Daarnaast ontstaat NO2 uit een reactie tussen stikstofmonoxide en ozon. Het weer en de verkeersdrukte hebben grote invloed op de concentratie.

  • Categories    

    Deze dataset bevat de emissies en afvalstromen vanuit de belangrijkste industriële faciliteiten in Nederland zoals deze met het elektronisch Milieujaarverslag worden verzameld in het kader van de Europese E-PRTR verplichting door RIVM aan de Europese Unie worden gerapporteerd. Het bevoegd gezag (provincie, gemeente, waterschap, omgevingsdienst etc.) van het bedrijf heeft vooraf de emissies en afvalstromen gevalideerd. Deze dataset betreft emissies naar de lucht en naar het oppervlaktewater. In beide gevallen gaat het om jaarvrachten.

  • Categories    

    Volgens de LCP-voorschriften in de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) hoeven emissies alleen gerapporteerd te worden voor installaties met een thermisch vermogen van 50 MWth of meer. Voor installaties met een lager vermogen (< 50 MWth) geldt geen verplichting tot rapportage per installatie, ook niet wanneer de drempelwaarde wordt overschreden. Wel moet op inrichtingsniveau worden gerapporteerd als de PRTR-drempelwaarde wordt overschreden. Daarnaast blijft de verplichting bestaan om voor grote stookinstallaties de emissies van NOx, SO₂ en totaal stof per installatiegroep te rapporteren, indien de totale jaarvracht op inrichtingsniveau boven de drempelwaarde uitkomt.

  • Categories  

    Dit bestand bevat de actieplannen geluid van de Nederlandse hoofdluchthavens (Schiphol) conform het END-datamodel (Environmental Noise Directive). Iedere vijf jaar stellen aangewezen overheden een geluidbelastingkaart en een actieplan vast. Deze overheden zijn het Rijk, provincies en een aantal gemeenten. De verplichting komt voort uit de Europese richtlijn omgevingslawaai en is geïmplementeerd in de Omgevingswet. De richtlijn is gericht op het vermijden, voorkomen of verminderen van schadelijke gevolgen van omgevingslawaai. Dit wordt bereikt door het in kaart brengen van de geluidbelasting en het aannemen van actieplannen om gezondheidseffecten door omgevingslawaai (waar nodig) te voorkomen en te beperken, en om een goede milieukwaliteit te handhaven.

  • Categories    

    Emissies naar lucht en water vanuit de industrie worden via het e-MJV (elektronisch Milieujaarverslag) geregistreerd wanneer bedrijven verplicht zijn gegevens te rapporteren op grond van nationale en internationale milieuwetgeving, zoals het PRTR-protocol en de E-PRTR-verordening. Emissies naar lucht: Industriële bedrijven moeten emissies naar de lucht rapporteren wanneer zij stoffen uitstoten zoals stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO₂), fijnstof (PM), vluchtige organische stoffen (VOS), broeikasgassen (zoals CO₂ en methaan), en zware metalen. De rapportage is verplicht als de emissievracht van een bepaalde stof op jaarbasis de gestelde drempelwaarde overschrijdt. Emissies naar water: Bedrijven moeten ook rapporteren over stoffen die zij direct lozen op oppervlaktewater of indirect via het riool (met vermelding van de behandeling). Het gaat onder andere om stikstof- en fosfaatverbindingen, zware metalen, en andere milieubelastende stoffen. Net als voor luchtemissies gelden hier drempelwaarden, afhankelijk van de emissiestof en het type lozing. De rapportage in het e-MJV is verplicht voor bedrijven die onder de reikwijdte van bijlage I van de E-PRTR-verordening vallen.

  • Categories    

    Emissies naar het riool vanuit de industrie worden via het e-MJV (elektronisch Milieujaarverslag) gerapporteerd wanneer bedrijven bepaalde drempelwaarden overschrijden, zoals vastgelegd in het EPRTR-protocol (European Pollutant Release and Transfer Register). Bij lozingen op het riool gaat het om stoffen die via industriële processen in het bedrijfsafvalwater terechtkomen en via het gemeentelijk riool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) worden afgevoerd. Bedrijven moeten deze emissies rapporteren als ze onder de reikwijdte van de E-PRTR-verordening vallen én als de emissies van bepaalde stoffen boven de rapportagedrempels uitkomen.

  • Categories  

    Ruwe ongevalideerde uurwaarden zwaveldioxide (SO2) op grondniveau in de buitenlucht gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Zwaveldioxide is een kleurloos gas. Het wordt voornamelijk gevormd het gebruik van zwavelhoudende brandstoffen. Belangrijke bronnen zijn kolengestookte energiecentrales, raffinaderijen en het verkeer (de laatste jaren is voornamelijk de internationale scheepvaart van belang). De concentraties zwaveldioxide zijn in Nederland sterk gedaald door maatregelen op de belangrijkste bronnen. Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw zijn er geen normoverschrijdingen meer geweest. Bij hoge concentraties heeft zwaveldioxide negatieve effecten op de menselijke gezondheid en draagt het bij aan de verzuring van ecosystemen. Zwaveldioxide wordt in de lucht gedeeltelijk omgezet in sulfaatdeeltjes en heeft zo een bijdrage aan fijn stof.

  • Categories  

    Dit bestand bevat de actieplannen geluid van de aangewezen agglomeratiegemeenten, conform het END-datamodel (Environmental Noise Directive). Iedere vijf jaar stellen aangewezen overheden een geluidbelastingkaart en een actieplan op. Deze overheden zijn het Rijk, provincies en een aantal gemeenten. De gemeenten zijn vermeld in artikel 2.40, Omgevingsregeling. Hier zijn agglomeraties aangewezen die één of meer gemeenten omvatten. De verplichting komt voort uit de Europese richtlijn omgevingslawaai en is geïmplementeerd in de Omgevingswet. De richtlijn is gericht op het vermijden, voorkomen of verminderen van schadelijke gevolgen van omgevingslawaai. Dit wordt bereikt door het in kaart brengen van de geluidbelasting en het aannemen van actieplannen om gezondheidseffecten door omgevingslawaai (waar nodig) te voorkomen en te beperken, en om een goede milieukwaliteit te handhaven.

  • Categories    

    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.